Beilen, huisorgel Pottjewijd

   

   

Vooraan staat het tongwerk, zodat het stemmen soepel verloopt.

   

   

Ook de pedaaltongwerken staan vooraan. Meestal is dit pijpwerk afgedekt met een houten plaat.

   
De dispositie van het Christensen-orgel: (1966)  
Manuaal 1: (C-f3)
Rørfløjte 8
Principal 4
Gedaktquint 2 2/3
Waldfløjte 2
Mixtur 2-3 kor
Harperegal 8
Manuaal 2: (C-f3)
Trægedakt 8
Rørfløjte 4
Principal 2
Terz 1 3/5
Nasat 1 1/3
Cymbel 1 kor
Manuaal 3: (C-f3)
Blokfløjte 4
Principal 1
Tragtregal 8


 
Pedaal: (C-d1)
Subbas 16
Gedakt 8
Pommer 4
Quintatøn 2
Sordun 16
Vox Humana 8
Bijzonderheden:
Træ = hout. kor = koor
De subbas 16 is gecombineerd met de gedakt 8;
de pommer 4 met de quintatøn 2.


 
Manuaal 1 is hoofdwerk, 3 is onderpositief.
Koppels: I+II, P+I, P+II.
Manuaal 3 kan niet aan een ander klavier worden
gekoppeld. De registertrekkers zijn vrij dunne
stalen buizen.

Home
Terug naar vorige pagina

Bron: eigen waarneming 10 mei 2002 (m.u.v. de
dispositie); voor meer info zie de website Orgels in
Drenthe, webadres:

http://www.orgelsindrenthe.nl