|
Oostvoorne, Hervormde Kerk |
||
|
|
||
|
|
||
|
|
||
|
Pijpwerk van het Onderpositief |
||
|
|
||
|
Pijpwerk van het Hoofdwerk |
||
|
|
||
|
|
Vanaf 1891 had de HK van Oostvoorne een orgel,
zij het dat het waarschijnlijk een harmonium was. In 1897 werd een nieuw
harmonium aangeschaft, dat dienst zou doen tot 1923. In dat jaar werd een
Standaart-pijporgel aangeschaft, met de volgende dispositie: Manuaal: Pedaal: Prestant 8 Subbas 16 Roerfluit 8 Gamba 8 Celeste 8 Aeoline 8 Octaaf 4 Concertfluit 4 Woudfluit 2 Blokfluit 1 B/D Octaafkoppel Tremulant |
|
| Doordat het
Standaart-orgel alleen tegen zeer kosten nog te restaureren was, werd
besloten tot de aanschaf van een ander orgel, ditmaal een orgel met
bestaand pijpwerk. Dit "nieuwe" orgel was in 1770 gemaakt voor de Doopsgezinde Kerk van Haarlem door de orgelmaker J.H.H. Bätz. (1709-1770), leerling van Chr. Müller. In 1771 werd dit orgel door zijn twee zonen Gideon Thomas (1751-1820) en Christoffel (1755-1800) afgemaakt en opgeleverd. Het oorspronkelijke orgel had 1 klavier, 10 stemmen en aangehangen pedaal. In het jaar 1807 werd het orgel uitgebreid door J.C.F. Friedrichs uit Gouda. Hij vergrootte het orgel met een tweede klavier van 10 stemmen en het eerste zwelwerk in ons land. Bovendien voegde hij aan het eerste manuaal van Bätz een Bourdon 16 toe. Daartoe moest de orgelkas worden uitgebreid. In 1826 werden de frontpijpen vernieuwd door In der Mauer en Gabry en in 1832 werd de Open Fluit van Friedrichs vervan-gen door een Viola da Gamba van Gabry. In 1883 werd het orgel verkocht aan de Hervormde Gemeente te Haarlem (de Janskerk) |
In 1931 werd de Janskerk
gesloten. Het Bätz-Friedrichs-orgel werd door de firma Spanjaard
afgebroken en naar de gerestaureerde Bakenesserkerk te Haarlem gebracht.
Daar werd de oude Bätz-kas, het front en de Bätzpijpen samengevoegd met
het daar aanwezige Strobel-orgel en pneumatisch gemaakt. Inmiddels zijn
echter alle Strobel registers verdwenen, op één na. Het orgel zoals dat in Haarlem stond, was niet helemaal compleet. In de loop der tijden was er veel mee gebeurd: verplaatst, uitgebreid en tenslotte vervallen. Enkele ontbrekende delen konden echter worden bijgemaakt of verworven uit restanten van andere oude Bätz-orgels. De oorspronkelijke orgelkas was er nog en ook veel van het oude pijpwerk. In 2000 werd het orgel gerestaureerd door De Graaf, onder advies van H.v. Nieuwkoop. Info: A. de Zoete, Oostvoorne en zijn Dorpskerk, 2000 |
|
| De huidige dispositie: | ||
|
Hoofdwerk: (C-f3) Bourdon 16 (Friedrichs) Prestant 8 (Gabry) Bourdon 8 (nieuw) Octaaf 4 (Bätz/nieuw) Gemshoorn 4 (Bätz) Roerfluit 4 (Bätz) Quint 3 (Bätz/nieuw) Superoctaaf 2 (Bätz/nieuw) Mixtuur 3-6 st. (B/nieuw) Cornet 4 st (deels oud) Trompet 8 (nieuw) |
Onderpositief: (C-f3) Prestant 8 (Friedrichs) C-H in Holpijp) Holpijp 8 (Friedrichs) Flûte travers 4 (F/nieuw) Fluit 4 (C-H gedekt) Nachthoorn 2 (Friedrichs) Flageolet 1 (F/nieuw) |
Pedaal:
(C-d1) Subbas 16 (nieuw, eikenhout) Prestant 8 (C-H nieuw, rest Friedrichs) Fagot 16 (nieuw) Tremulant 3 koppels |
|
|
||