Katwijk aan Zee, Vredeskerk

   
   

   
   

   
Dispositie  
Hoofdwerk:
Prestant 8' - discant dubbelkorig
Roerfluit 8'
Octaaf 8'
Octaaf 4'
Mixtuur III-VI sterk (gedeeld)
Sexquialter II sterk (gedeeld)
Trompet 8' (gedeeld)
Onderpositief:
Holpijp 8'
Roerfluit 4'
Gemshoorn 2'
Flageolet 1'
Pedaal:
Subbas 16'
Octaaf 8'
Fagot 16' - 1988
Koppelingen:
Manuaalkoppel (gehalveerde drukkoppel)
Pedaal - Hoofdwerk.
   
   

Het J.H.H. Bätzorgel in de Vredeskerk te Katwijk aan Zee.

Het orgel van de Vredeskerk is gemaakt door de beroemde orgelmaker Johann Heinrich Hartmann Bätz in het jaar 1765. Hij maakte o.a. het orgel voor de Evangelisch Luterse Kerk te ‘s-Gravenhage.
Oorspronkelijk maakte Bätz het orgel van de Vredeskerk voor de eerste Doopsgezinde Kerk in Nederland te Utrecht.
In 1869 werd het orgel door de Hervormde Gemeente te Katwijk aangekocht voor de Oude Kerk aan de Boulevard. Slechts 17 jaar deed het orgel dienst in de Oude Kerk, want in het jaar 1886 werd het orgel verkocht aan de Gereformeerde Kerk te Katwijk aan Zee, waar het sinds 1905 functioneert in de huidige Vredeskerk.

In 1933 besloot men tot een algehele restauratie. Hierbij verdwenen enige registers en het orgel werd uitgebreid met lieflijke stemmen zoals Vox Celesta en Gamba. Tot in 1979 functioneerde het orgel in deze samenstelling.

De dissertatie “De orgelmaker Bätz” van Dr. Gert Oost verstrekte de naam van de orgelmaker, die tot 1977 onbekend was gebleven.

Vanwege het historisch belang van de nog aanwezige orgelkas, ornamenten en het merendeel van het pijpwerk, plaatste Monumentenzorg het instrument op de lijst van de te restaureren orgels. Inmiddels werden de oorspronkelijke klavieren en pedaal aangetroffen in de kelder van het Raadhuis te Katwijk. De onthulling van de monumentale waarde van het orgel viel samen met het besluit de Vredeskerk te renoveren.
Mede hierdoor werd besloten het orgel in zijn oude staat terug te brengen.
Een en ander geschiedde met medewerking van de Rijksoverheid, de Gemeente Katwijk en de Kerkelijke Gemeente, die als eerstverantwoordelijke de hoogste lasten droeg
.
De restauratie werd vanaf 1979 tot 1982 uitgevoerd door orgelmaker A.H. de Graaf te Leusden.Als adviseur namens Monumentenzorg trad op de heer K.R. Bolt te Haarlem en de heer O.B. Wiersma
.
Namens de Gereformeerde Kerk te Katwijk aan Zee functioneerde de restauratiecommissie te weten, de heer J.Slootweg , Mevr. M.S.den Hollander-konijnendijk en als adviseur de organist Rob van Efferink.Tijdens de restauratie heeft men in de pedaalkas een uitsparing gemaakt om op een later tijdstip een Fagot 16 voet te plaatsen.
Gezien het opmerkelijke resultaat van deze restauratie kreeg het Bätzorgel vanaf 1982 landelijke bekendheid. De N.C.R.V. zond reeds twee orgelconcerten uit in de dinsdagavond serie.
Een uitgebreide serie orgelconcerten door landelijke bekende organisten is tot heden zeer geslaagd.

De akoestiek van de kerk is na de restauratie sterk verbeterd. Na afloop van een concert drukte Jan J. v. d. Berg, organist van de Nieuwe Kerk te Delft, zich aldus uit: “Het is een parel onder de kleine orgels”.
Onder advies van de heer K.R. Bolt te Haarlem plaatste A.H. de Graaf te Leusden in Januari 1988 het Fagotregister 16vt op het pedaal naar maatvoering van het Fagotregister van het Christian Müller orgel in de Waalse Kerk te Amsterdam. Het nieuwe register betekent een verrijking van het volle werk en een vergroting van de registratie mogelijkheden.
Na 1988 heeft de Bätzcommissie jaarlijks een twaalftal concerten georganiseerd  dus ca. 240 concerten tot
heden.
Uitgebreide historische informatie vindt U in de hal aan de prikborden en informatietafel.
En op
www.batzorgel.tk vindt u ook nog andere informatie.

Organist  Rob van Efferink 
 

Leden Bätzcommissie:
Voorz.
Rob van Efferink
Secr.    René van Duyvenbode
Algem. Jaap Star

   
   
   

Home
Terug naar vorige pagina / to last page / Zurück