Haarlem, St. Josephkerk

   
   

   
   

   
   

   
   

   
Pieter Adema bouwde het orgel in 1906 en liet zich daarbij inspireren door Cavaillé-Coll. Er werd bij de bouw materiaal gebruikt van een ouder orgel dat in
1856 door Hendricus Lindsen was gemaakt. Van den Brink had het instrument in 1861 uitgebreid
gerestaureerd en aanvankelijk werd gedacht aan een nieuwe restauratie ervan. Het orgel dat door Hubert Schreurs enkele malen is gewijzigd, bezit een milde klank en een rijke variatie aan klankkleuren.
 
   
De dispositie:  
Hoofdwerk: (C-g3)
Prestant 16 *
Bourdon 16 *
Prestant 8 *
Holpijp 8 *
Flūte harm. 8
Salicionaal 8
Octaaf 4 *
Quint 3
Octaaf 2 *
Mixtuur 4-5 st.
Cornet 5 st. *
Trompet 8
Zwelwerk: (C-g3)
Prestant 8 *
Bourdon 8
Viola 8
Vox Coelestis 8
Quintadeen 8
Fluit Harm. 4
Violine 4
Flageolet 2 *
Mixtuur 4 st.
Sesquialter 3 st.
Trompet 8
Fagot-Hobo 8
Pedaal: (C-d1)
Contrabas 16
Subbas 16
Open bas 8
Gedekt 8
Open fluit 4
Bazuin 16
Trombone 8



* = ouder pijpwerk
   

Home
Terug naar vorige pagina / to last page / Zurück