Heerjansdam, Hervormde Kerk

   
   

   
   

   
   

   
Het Flaes-orgel had oorspronkelijk de volgende dispositie:  
Hoofdwerk:
Bourdon 16
Praestant 8
Octaaf 4
Quint 3
Octaaf 2
Mixtuur IV B/D
Cornet

Nevenwerk:
Holpyp 8
Salicionaal 8
Viola di Gamba 8
Roerfluit 4

manuaalkoppel
pedaal aangehangen
In 1963 is het orgel door de Fa. Van de Berg & Wendt te Zwolle/Nijmegen in een periode van
7 maanden geheel gerestaureerd. Na bijna 100 jaar te zijn bespeeld, was het instrument toe aan een grondige restauratie en aanpassing. Een groot aantal onderdelen was aan vervanging toe. De belangrijkste hiervan zijn: een windkanaal, een windvoorziening en een regulator.
Het pijpwerk moest hersteld worden, en bovendien werden de frontpijpen schoongemaakt,
waardoor de oorspronkelijke kleur terugkwam.
Een van de grootste veranderingen betrof het voetklavier.
Tot dan toe had het orgel een z.g. aangehangen pedaal.
Hierdoor kon de organist geen soloregister gebruiken. (behalve bij de Cornet)
Het orgelregister bourdon 16 voet van Manuaal 1 werd verhuisd als zelfstandige stem naar het Pedaal. De nieuwe naam was: subbas 16 voet.
Het bovenklavier was eenzijdig van klankkleur en te zwak van geluid.
Daarom werd één van de registers van het Prestantenkoor op Manuaal 1 nl. octaaf 2 voet verhuisd naar het bovenklavier. Om het gat op Manuaal 1 te dichten, werd een gemshoorn 2 voet geplaatst.Bovendien kreeg het bovenklavier nog een nazard één 1/3de voet.
Dus het orgel kreeg een extra solostem.
   
De dispositie van het Flaes-orgel: (1869; restauratie 1963 Van den Berg & Wendt)
Hoofdwerk: (C-f3)
Praestant 8
Roerfluit 8
Octaaf 4
Quint 3
Gemshoorn 2
Mixtuur B/D
Cornet
Nevenwerk: (C-f3)
Holpyp 8
Salicionaal 8
Roerfluit 4
Praestant 2
Nasard 1 1/2
Pedaal: (C-d1)
Subbas 16

P-HW, HW-NW
   

Home
Terug naar vorige pagina / to last page / Zurück