|
Dalfsen, Hervormde Kerk |
||
|
|
||
|
Foto: D. Sanderman © 2002 |
||
|
Het orgel bevindt zich in de kerk aan de torenzijde, ondersteund door 4 rood-grijs geschilderde gemarmerde pilaren. Achter het orgel is een een imitatie orgelfront met houten imitatiepijpen aangebracht, compleet met beelden en een klok. Dit geheel is aangebracht door orgelbouwer Scheuer in 1808.
Orgelbouwer J. H. Holtgräve uit Deventer heeft |
In
1893 heeft orgelbouwer Bakker en Timmenga uit Leeuwarden het orgel
uitgebreid met een 2e klavier en pedaalstemmen (voor f 1580,=). In 1930 is
het orgel verplaatst naar Dalfsen door de orgelbouwer Valckx en van
Kouteren uit Rotterdam. In 1967 is het orgel gerestaureerd en uitgebreid
door de fa. Hendriksen en Reitsma uit Nunspeet. In 1978 is aan de
Mixtuur een extra koor toegevoegd. De orgelkas dateert uit 1844 (in 1893 is deze vergroot). In 1967 zijn de windladen t.b.v. de manualen gerestaureerd, de windlade van het pedaal is vervangen in 1967. De speelmechaniek stamt nog grotendeels uit 1844/1893, de registermechaniek werd in z’n geheel in 1967 vervangen. De klavieren zijn in 1967 opnieuw met ivoor belegd. |
|
| De dispositie van het Holtgräve-orgel: (1844; in 1930 in deze kerk geplaatst door Valckx & Van Kouteren) | ||
| Hoofdwerk: (C-f3)
Prestant 8' (?/1843/1967)
Viola 8' (1893)
Roerfluit 8' (1893)
Octaaf 4' (1843)
Fluit 4' (?1843)
Quint 2 2/3' (1878)
Octaaf 2' (1878)
Mixtuur III-IV (?/1844/1978)
Cornet IV (1844)
Trompet 8' (1930)
|
Bovenwerk: (C-f3)
Holpijp 8' (1843/1878)
Prestant 4' (1967)
Roerfluit 4' (1967)
Woudfluit 2' (1893)
Sesquialter II (1967)
Cimbel II-III (1967)
Kromhoorn 8' (1967)
Tremulant
|
Pedaal: (C-d1)
Subbas 16' (1893)
Prestant 8' (1967)
Octaaf 4' (1893)
Fagot 16' (1967)
Schalmei 4' (1967)
2 koppels |
|
Zowel het plenum (volle werk) als ook de
De
prestant 8’ en de octaaf 4’ op het |
De viola 8’ als
zachtste register klink teer en helder. De cornet is
uitstekend te gebruiken als uitkomende stem bij de gemeentezang. De
holpijp 8’, al dan niet in combinatie met roerfluit 4’
(evt. met tremulant), klinkt romantisch en zangerig. De
sesquialter draagt
zowel in het plenum goed bij maar komt ook goed tot zijn recht als
uitkomende stem (met holpijp 8’ en roerfluit 4’). De cymbel als kroon op het volle werk, klinkt ‘fris en sprankelend’. De pedaalstemmen hebben een goede draagkracht. |
|
|
|
||
|
|
||