Beesd, Hervormde Kerk

   
   
Foto: © Cees van Ooijen
Tekst: Henk Mooiman (mei 2000)
   
ORGELHISTORIE Hervormde Kerk te Beesd

1825-2000
Op 23 oktober 1825 werd de huidige zaalkerk na een grondige verbouwing weer in gebruik genomen. Van de Waals Hervormde Gemeente te Vianen werd het Bätz -orgel uit 1756 overgenomen ( J.H.H. Bätz leverde indertijd dit orgel voor f 500).
Carolina barones van Wassenaar douairière O.H.W. graaf van Bijland en van Mariënweerd koopt dit instrument met orgelkas en laat dit door haar timmerman-rentmeester J.W.F. Snetlage plaatsen in de Hervormde Kerk van Beesd. Snetlage voegt het met een ander orgel samen. De historische orgelkas (frontzijde) is bij die gelegenheid verdiept tot aan de achtermuur van het kerkgebouw.
Of er voor 1825 een orgel in de kerk van de Hervormde Gemeente van Beesd aanwezig is geweest hebben wij niet kunnen achterhalen.

Verder verloop van de historie:
1840: reparatie door H.D. Lindsen voor f 407,25;
1841 - 1878: onderhoud door Stulting (en Maarschalkerweerd) ad f 25,- per jaar, daarna door J.J. v.d. Bijlaart;
1869 - 1871: kerkvoogden overwegen een restauratie en nodigen de fa. Bätz uit het orgel te inspecteren.
Witte (fa. Bätz) beschrijft het orgel: ” het is uit verschillende bestanddelen van oude orgels samengesteld. Het bovenmanuaal, aan een huisorgel ontnomen, is van zeer nauwe mensuren en geringen windtoevoer. De dispositie is voldoende voor deze kerk, de intonatie echter slecht, de mixtuur heeft een onjuiste samenstelling in de bas, de trompet is schraal van geluid, de beide eenvoetsregisters overbodig”. Witte raadt herstel af, en biedt aan een nieuw orgel voor f 4.000,- te leveren.
1871: kerkvoogden besluiten een restauratie aan Stulting op te dragen voor f 670,- (o.a. een nieuwe balg, nieuwe houten pijpen en verfoeliën der frontpijpen).
1913: de fa. J.J.de Koff uit Utrecht bouwt een nieuw orgel voor f 3.238,- in de kas van 1756 (de heer de Koff was meesterknecht bij de fa. Bätz tot dit bedrijf in 1902 werd opgeheven).
1913: (28 mei): ingebruikneming van het Koff orgel door G. S. van Krieken, organist der Grote Kerk te Rotterdam.
1954: na rapportage van de deskundige van de orgelcommissie de heer L. Erné wordt groot onderhoud verricht door de fa. G. van Leeuwen Jr. Onder andere wordt een windmachine geplaatst. Totale kosten f 3.400,-.
1970: herstel orgel door de fa. de Koff van een (sneeuw)waterschade. Dit betreft algehele restauratie van de hoofdwerklade. Kosten f 9.956,80. Tegelijkertijd wordt op verzoek van de organisten en adviseur W. Hulsmann een dispositiewijziging uitgevoerd. Op het bovenklavier wordt de Gamba 8 vervangen door een nieuwe Octaaf 2’
(kosten f 1.624,-) en de Celeste 8 door een nieuwe Sesquialter 2 st (kosten f 1.713,60).
1972 - 1987: normale onderhoud door de fa. Flentrop.
1988 - 1998: normale onderhoud door de fa. de Vries uit Haaften.
1999 - 2000: restauratie kerkgebouw. Aan het orgel wordt door de heer de Vries groot onderhoud verricht.
O.a.: windlade bovenmanuaal uitbouwen en weer winddicht maken, de ventielen opnieuw vlakken en beleren met schapeleer en vilt en de windlade weer inbouwen. Gehele orgel schoonmaken en stemmen, van het tongwerk de kelen en de tongen vlakken en herintoneren van de Sesquialter. Vervolgens wordt een registerwijziging doorgevoerd. Vervangen is de Octaaf 2’ op het bovenmanuaal door een gebruikte Woudfluit 2’ uit de voorraad van de firma Pels en van Leeuwen. De orgelkas is op fraaie wijze door de fa. De Jong uit Waardenburg imitatie mahonie geschilderd en verguld.
Huidige Dispositie:
Hoofdwerk(C-f3, onderklavier)
Bourdon 16
Prestant 8
Roerfluit 8
Violoncel 8
Octaaf 4
Octaaf 2
Mixtuur 2-3-4 st
Trompet 8 B/D
Nevenwerk(C-f3, bovenklavier)
Holpijp 8
Roerfluit 4
Woudfluit 2 (2000)
Sesquialter 2 st (1970)

pedaal (C-d1) aangehangen
manuaalkoppel
 

Home
Terug naar vorige pagina / Back to last page / Zurück