|
Ridderkerk, huisorgel Butter |
|
![]() |
|
![]() |
Omschrijving Huisorgel. Voor het ontwerp van het positief heb ik mij laten inspireren door de laat-17e eeuw. Het front is gebaseerd op een aantal zuidelijke rugwerk kassen zoals het rugwerk van het orgel in Kuik, en het rugwerk van het orgel inde Waalse kerk te Amsterdam. De kas is van fijnjarig Slavonisch eiken gemaakt. De afmetingen en verhoudingen zijn ook op de barokke regels geïnspireerd. Zoals enkele van de geometrische reeksen gulde snede en wortel 2. De afmetingen van de kas ziin: Hoogte: 2450 mm Breedt : 1145 mm Diepte: 525 mm De balg is als spaanbalg uitgevoerd en ligt in de onderkast. De windmotor is onder de balg geplaatst. Het orgel heeft een gecombineerde lade met aan de voor en achterzijde een kleppenkast. De lade is uitgevoerd met een piramide opstelling hierbij staan de grootse pijpen op de lade in het midden. |
De dispositie: Onderklavier: Holfluyt 8’ geheel van eiken De grootste 7 pijpen zijn afgevoerd naar de onderkas. Fluyt 4’ baskant eiken met doorboorde stoppen diskant flespijpen van orgelmetaal met een hoog loodgehalte. Nasard 3’ baskant van eiken met doorboorde stoppen . diskant van orgelmetaal met een hoog loodgehalte Cromhorn 8’ bekers van peren en messing kelen. Pedaalomvang : C,D-d1 Pedaalkoppel naar I of II Stemming: middentoon |
Bovenklavier: Principael 8’ vanaf f klein. Eiken met peren voorzijde en voorslagen. Roerfluyt 8’ groot octaaf gecombineerd met de Holfluyt 8’ eiken met doorboorde stoppen. Praestant 4’ C-A van eiken. B-h1 in het front en de rest op de lade. Octaeff 2’ groot octaaf van eiken en de rest van orgelmetaal met een hoog loodgehalte. Tremulant op het hele werk. De klavieromvang: C,D-c3 De ondertoetsen zijn belegd met Buxus De boventoetsen zijn van ebben Foto's en tekst: Martin Butter © 2006/2007 |
|
Home |
|
|
|
|