|
Soest, huisorgel Jean Telder |
|
|
|
|
![]() |
|
|
Klaviatuur en speelmechaniek |
|
![]() |
Foto's en info: Jean Telder © 2004 |
| Registermechaniek c - lade pedaal | |
|
|
|
|
Pijpwerk op de lade van manuaal I en II |
|
|
|
|
|
Linkerzijde met pedaalpijpwerk en registermechaniek |
|
| Over hun huisorgel schrijft Jean Telder het volgende: | |
|
"De gegevens over het door mij in 2003 voltooide huisorgel: op de
naamdag van st. Caecilia (22 november) vond dit alles plaats.
Het orgel is geheel in eigen beheer ontwikkeld en gebouwd. Alleen de
metalen pijpen zijn door de firma Stinkens volgens opgave gemaakt; de
Sordun van het pedaal is in samenwerking met deze firma naar eigen
ontwerp gemaakt.
Al gedurende 25 jaar houd ik mij met de orgelbouw bezig naast mijn werk
als docent en kerkmusicus. Inmiddels heb ik aan veertien orgels
meegewerkt als tekenaar en intonateur/stemmer. Geheel in eigen beheer
staat er een tweetal kistorgels, een positief van 4 1/2 stem en een
huisorgel met twee klavieren en vrij pedaal op mijn naam.
Met name om dit laatste orgel gaat het nu.
Hier volgen de gegevens:
dispositie:
|
|
| Manuaal I: Gedekt 8' (C - b red cedar, rest orgelmetaal) Prestant 4' (C - A in front) Octaaf 2' Regaal 8' Roerfluit 4' op wisselsleep met manuaal II (C - b red cedar, rest orgelmetaal) |
Manuaal
II: Holpijp 8' (C - b red cedar, rest orgelmetaal) Roerfluit 4' (C - B red cedar gedekt) Fluit 2' (C - B red cedar gedekt, c - b roerfluit, c - f ''' open) Nasard 2 2/3' (C - B 1 13') Terts 1 3/5' C - B 4/5') |
| Pedaal: Bourdon 8' (red cedar) Kinderbas 2' (= Quintadeen) Sordun 16' (eiken stevels, red cedar bekers) manuaalkoppel b-d pedaal aan I pedaal aan II tremulant |
|
| manualomvang C - f''' pedaal: C - d' orgelmetaal: 95 % lood (front 80 %) stemming: a = 440 Hz bij 20 gr. C.( Werckmeister III, gemodificeerd ( b is getempereerd tussen e en fis) De orgelkas is, evenals de meeste orgelonderdelen, gemaakt uit massief eiken. De kastpanelen zijn van hechthout, dit in verband met verwarmingsproblemen. Alle onderdelen zijn in eigen beheer vervaardigd waar mogelijk. De twee magazijnbalgen, geplaatst onder in de kas, zijn van eiken, de kanalen van hechthout. Windmachine staat separaat opgesteld. Winddruk eerste balg 65 mm, tweede balg, speelwind, 62 mm WK De klavieren zijn als staartkavier gebouwd. Alle houten pijpwerk vervaardigd in eigen beheer. De mensurering is afgeleid van een fraai groot huisorgel van Vool (1805) voor wat betreft de Holpijp. Alle andere stemmen zijn hiervan afgeleid. De intonatie is doelbewust kamermuzikaal, daar anders de klank van een orgel met deze omvang in de huiskamer vlug te vermoeiend is. Doelbewust is afgezien van het disponeren van een Subbas 16' en een Quint 1 1/3', daar deze stemmen in een te kleine ruimte niet tot ontwikkeling kunnen komen. Het is een studieorgel waarop vele werken uit de orgelliteratuur uitstekend te spelen zijn, voor concerten in eigen huis is het een uitstekend instrument omdat het niet vermoeiend is om naar te luisteren." |
|
|
Home |
|