|
Zuidhorn, De Rank |
||
|
|
||
![]() |
|
|
![]() |
|
|
|
Foto's: Jan Smelik © 2007 |
||
| Het orgel werd in 1989 gemaakt door de Gebr.
van Vulpen, orgelmakers te Utrecht. Adviseur was Jan Jongepier uit
Leeuwarden. De orgelkassen zijn van eikehout. De frontpijpen bezitten vergulde spitslabia. Bij de boveneinden en de voeten van de frontpijpen zijn eiken blinderingen aangebracht naar een ontwerp van de Zwitsers kunstenaar Jeanot Bürgi. De kassen werden geschilderd in een witte kleur, waarbij als contrast rood en bladgoud is verwerkt. Het ontwerp hiervoor is van Luit Vasse. Uitgangspunten voor de klank van het orgel was een klankbeeld dat de gemeentezang zou kunnen dragen en leiden. Hiertoe is aansluiting gezocht bij maatvoering en makelij van orgels uit de bloeitijd van de Nederlandse orgelbouw: de late 17e eeuw en vroege 18e eeuw. De pijpen zijn voor het overgrote deel van lood. De pijpen van de Subbas 16-voet zijn van eiken. In de dispositie is rekening gehouden met de praktijk van de gemeentezang-begeleiding, maar ook voor het spelen van literatuur. Door halvering van enkele stemmen is koraalspel met uitkomende stem op één klavier mogelijk. Er zijn twee soorten tertsregisters gedisponeerd: op het Hoofdwerk vanuit 16-voet gedacht en op het Rugwerk vanuit 8-voet. Het Hoofdwerk kreeg een 16-voets tongwerk dat zowel bij koraalspel als bij literatuurspel (basso-continuo-register) dienst kan bewijzen. Het orgel is gestemd in een Young-stemming. De winddruk is 78 mm H2O. De windvoorzienziening geschiedt d.m.v. een spaanbalg. De dispositie: |
||
| Hoofdwerk: (C-g3) Bourdon 16 Prestant 8 Roerfluit 8 Octaaf 4 Gemshoorn 4 Quintfluit 3 Octaaf 2 MixtuurIV-VI Tertiaan II Fagot 16 Trompet 8 Tremulant |
Rugwerk: (C-g3) Holpijp 8 Quintadeen 8 Prestant 4 Roerfluit 4 Octaaf 2 Woudfluit 2 Mixtuur IV Sesquialter II Dulciaan 8 Tremulant |
Pedaal: (C-f1) Subbas 16 Prestant 8 Octaaf 4 Bazuin 16 Trompet 8 3 koppels |
|
|
||