Goes, Oosterkerk

   
   

Foto: Erik Zwiep © 2010

   
   

   
   

   

Foto's: Jan van der Male © 2006
Info: Jan van der Male

   
   
Het modern ogend front van het orgel in de Oosterkerk in Goes doet niet vermoeden dat hier een waardevol instrument achter schuilgaat...

In 1865 bouwden de Amsterdamse orgelbouwers Flaes & Brünjes een nieuw orgel met 19 registers voor de Oudezijdskapel in Amsterdam. het is één van de grotere orgels van zijn hand. De totale bouwkosten bedroegen f4550,-, het ‘gewone schilderwerk kostte f200,- en het ‘extra schilderwerk en vergulden’ f82,80. Het beeldhouwwerk van J.H. van Blitterswijk werd geleverd voor f45,- en de klok onder het nieuwe orgel werd aangeschaft voor f37,-
Op zondag 11 juni 1865 werd het instrument in gebruik genomen door J.H.C. ten Broeke. Tot organist werd benoemd Coenraad A. Knipscheer, de vierde zoon van orgelmaker en Flaes & Brünjes-concurrent Hermanus Knipscheer. Hij kreeg een vergoeding van f87,50 per kwartaal.
In 1902 werd het orgel grondig schoongemaakt en werden herstellingen uitgevoerd.
Toen de Nieuwezijdskapel gereed was, bleef er voor de kapel aan de Oude Zijde geen zinvolle functie meer over als kerk en moest men het gebouw aan de eredienst onttrekken. Kort na 1912 werd dan ook het meubilair uit de kerk verwijderd, waaronder het orgel. Na enige tijd opgeslagen te zijn geweest, werd het instrument in 1917 in de Nassaukerk (beter bekend onder de naam Overtoomkerk) geplaatst.
Maar andermaal, na het gereedkomen van de Willem de Zwijgerkerk en toen de Parkkerk als Hervormde kerk werd gebruikt, liep het kerkbezoek weer terug. Zo kwam het tot sluiting van de Overtoomkerk in 1946 en was het orgel weer ‘dakloos’. Nadat het enige tijd opgeslagen had gelegen in een kapel van de Nieuwe Kerk werd het in 1956 gekocht door de Gereformeerde Oosterkerk te Goes. De orgelbouwer Bik zorgde voor de plaatsing onder advies van Mr. A. Bouwman. Daarbij is niet slechts het verlies van de kas te betreuren, maar ook van het front en de bekroning.
Dit kwam door de geringe hoogte in de kerk. Gelukkig bleef de orginele speeltafel wel gehandhaafd. Het pedaal werd wel vervangen en de
koppels werden nu uitgevoerd als voetkoppel. De traktuur werd gedeeltelijk vernieuwd en de intonatie gewijzigd. Toch is de klank nog wel zeer fraai en kenmerkend voor de orgelbouwers Flaes & Brunjes! In 2009 startte Nijsse de restauratie van het orgel, waarbij de dispositie hersteld
werd en bovendien een Cornet in bijpassende stijl werd
toegevoegd.
Het instrument is momenteel in onderhoud bij de firma R. Nijsse te Oud-Sabbinge.
De dispositie tot 2009:
Hoofdwerk:
Quintadeen 16
Prestant 8
Roerfluit 8
Octaaf 4
Open fluit 4
Quint 3
Octaaf 2
Terts 1 3/5
Mixtuur IV sterk
Trompet 8 B/D
Bovenwerk:
Prestant 8
Baarpijp 8
Salicionaal 8
Oktaaf 4
Roerfluit 4
Koppelfluit 2 (1956)
Scherp IV sterk (1956)
Dulciaan 8’
Pedaal:
Subbas 16


3 koppels
Tremulant over het gehele werk
   
De dispositie per april 2010:  
Hoofdwerk:
Bourdon 16
Prestant 8
Roerfluit 8
Octaaf 4
Open fluit 4
Quint 3
Octaaf 2
Terts 1 3/5
Mixtuur 4 st.
Cornet 4 st.
Trompet 8 B/D
Bovenwerk:
Prestant 8
Baarpijp 8
Quintadeen 8 (was: Qtd 16 HW)
Salicionaal 8
Octaaf 4
Roerfluit 4
Dulciaan 8
Pedaal:
Subbas 16


3 koppels
Tremulant over het gehele werk
   
   

Home
Terug naar vorige pagina / to last page / Zurück