Piershil, Hervormde Kerk

   
   

   
  Kerk is uit 1642. Met 17-de eeuws kansel en schepenbank.
En een 18-de eeuws herenbank en 4 rouwborden.
 

Foto's: Arie Bestebreur 2006
Info: Arie Bestebreur 2007
De voorzijde van de orgelkast, zonder frontpijpen meegerekend is van onbekende herkomst vermoedelijk nog uit ca. 1875, ofwel aan de stijl ornamentiek “Neo-Classicisme” te zien mogelijk uit
de late 19-de eeuw. ( Mart Vermeulen kocht oude orgels op en maakte daar weer “nieuwe” van.)

In 1913 / 14 plaatse Mart Vermeulen uit Woerden het orgel in Piershil. Wellicht in verbouwde toestand met andere gebruikte delen, windlade, pijpwerk en klavier. Het was een mechanisch instrument van zeven stemmen en aangehangen pedaal. De frontpijpen en de grootste pijpen van de Viola waren van zink. Het klavier zat aan de rechter zijkant. De registerknoppen zaten boven de lessenaar. In de
registerknoppen waren witte porseleinen rondjes met zwart opschrift. Het orgel was toen donker bruin of rood van kleur en de ornamenten waren wit na dien aard. Op de middentoren staat een hoefijzer-harp met daar onderin het wapenschild van Piershil.
Het orgel werd op 5 juli 1914 feestelijk in gebruik genomen en koste 910 gulden.

De dispositie was als volgt:

Manuaal C t/m f-3
Prestant 8’
Bourdon 8 B/D
Viola 8 D. Mogelijk dat deze later naar Vox-Celeste gestemd is.
Prestant 16 D
Octaaf 4
Spitsfluit 4
Openfluit 2
Pedaal C t/m d1, aangehangen aan het manuaal.
   
In 1960 / 61 werd het gerepareerd, gerestaureerd door M. K. Koppejan uit Ederveen.
Hij verving daarbij de Viola 8’ Disc. ( Later Vox-Celeste ) door een Sesqualter 2-st.
Na zeggen is nadien op de twee zijtorens het oude ornamentiek ( de vorm onbekend ) vervangen
door twee engelen beeldjes met goud vergulde engelenvleugels. De kleur van de orgelkast werd daarna donker crème tot 1987 en de ornamenten wit met bladgoud verguld. Het orgel op 12 juni 1961 opnieuw in gebruik genomen. In het verband met de kerk restauratie is het orgel in 1968 opgeslagen en in 1971 door onvoldoende financiële middelen weer in oude toestand herplaatst. Het duurde nog tot 1977, toen de eerste inzamelingen van gelden gehouden werden voor een nieuw orgel. In 1984 was men zo ver dat door de toenmalige kerkvoogdij een orgelcommissie opgericht werd, om de eerste voorbereidingen te verrichten tot orgelbouw achter het oude orgelfront.
Op 23 september 1986 heeft de kerkvoogdij van de P.K.C. te Zuid-Holland, het contract met de orgelbouw firma S. F. Blank en orgeladviseur W. Hülsmann tot opdracht getekend. De officiële overdracht en ingebruikname was op 18 september 1987.

In 1986/87 maakte S. F. Blank uit Herwijnen achter het oude front een nieuwe achterkast met daarin een nieuw mechanisch instrument. Orgeladviseur was Willem Hülsmann.
De pedaal Bourdon-16 staat in een aparte kast achter de orgelbank tegen de toren wand. De wind voorziening, één spaanbalg met windmotor in een betimmerde kast buiten de orgelkast naast de Bourdon-16 kast rechts naast de toren. De Prestant-8 begint vanaf Fis-Groot, dat wil zeggen de eerste zes, C t/m F spreken op Gedekt-8. Het speelklavier heeft korte toetsen naar 18-de eeuws model, zit aan de achterzijde van de orgelkast. Het orgel telt 735 sprekende orgelpijpen, waarvan er 51 van hout zijn. Hoofdwerk, 456. Bovenwerk, 252. Pedaal, 27. Samen is dat 735.  Temperatuur stemming, Werckmeister III Toonhoogte, a’ = 440 Hz. Winddruk, ongeveer 75mm ?.
   
De dispositie:  
Hoofdwerk:
Prestant 8
Gedekt 8
Octaaf 4
Quintfluit 3
Octaaf 2
Flageolet 1
Terts-Mixtuur 2-3 st.
Bovenwerk:
Holpijp 8
Fluit 4
Gemshoorn 2
Cornet 3 st.
Pedaal:
Bourdon 16



HW+BW; Pedaalkoppel
Tremulant (opliggend)
   
   

Home
Naar de Kerk
Terug naar vorige pagina / to last page / Zurück