Prüm, Basilika, St. Salvator

   
   

   

Foto: © jancoschout@solcon.nl

   
Bernhard Nollet kreeg in 1782 de opdracht voor de bouw van een nieuw orgel voor de basiliek van Sankt-Salvator in Prüm. Het instrument kreeg twee manualen en pedaal met 25 registers. Johannes Seitz ontwierp een fraaie orgelkas die door Johann Baptist Molitor is gemaakt. Franse soldaten namen in 1794 de stad in bezit en beschadigden het orgel dusdanig dat het niet meer te gebruiken was. Het is pas in 1863 hersteld door Wilhelm Breidenfeld. In de Tweede Wereldoorlog raakte het instrument opnieuw zwaar beschadigd door oorlogshandelingen. De firma Klais
begon in 1971 met een reconstructie. Vrijwel alles moest nieuw worden gemaakt. In het rugwerk is nog een windlade van Breidenfeld behouden gebleven. Op 13 april 1973 werd het orgel officieel in gebruik genomen. Adviseurs bij de bouw waren de organist van de kerk, W. Oehms, en de cantor, J. Monter. De dispositie:
Hauptwerk:
Bourdon 16
Principal 8
Flûte Ouverte 8
Salicional 8
Octave 4
Rohrflöte 4
Quinte 2 2/3
Superoctave 2
Cornet 4 fach (4') (vanaf f)
Mixtur 4 fach (1 1/3')
Cymbel 3 fach (1/2')
Trompete 8
Positiv:
Bourdon 8
Quintade 8
Prinzipal 4
Waldflöte 4
Oktave 2
Quinte 1 1/3
Sesquialtera 2 fach
Scharff 3-4 fach (1')
Cromorne 8
 
Schwellwerk:
Rohrflöte 8
Gamba 8
Schwebung 8 (c0)
Fugara 4
Flötegedackt 4
Nasard 2 2/3
Schweizerpfeife 2
Terz 1 3/5
Sifflet 1
Acuta 5 fach (2')
Basson 16
Hautbois 8
Tremulant
Pedal:
Principal 16
Subbaß 16
Octave 8
Holzflöte 8
Octave 4
Spitzflöte 4
Hintersatz 4 fach (2 2/3')
Posaune 16
Trompete 8
Clarine 4
 
   
Koppelingen: Hauptwerk - Positiv, Hauptwerk - Schwellwerk, Pedal - Hauptwerk, Pedal - Positiv en Pedal - Schwellwerk.
Speelhulpen: 6 Setzer-combinaties.
 
   

Home
Naar het kerkgebouw
Zurück