|
Maasland, H. Maria Magdalena |
||
|
|
||
|
|
||
| De dispositie van het Maarschalkerweerd-orgel: (1896) | ||
![]() |
Hoofdwerk: (C-f3) Bourdon 16 Prestant 8 Roerfluit 8 Octaaf 4 Fluit dolce 4 Quint 2 2/3 Octaaf 2 Trompet 8 |
Positief: (C-f3) Holpijp 8 Dolcissimo 8 Viola di Gamba 8 Melofoon 4 Roerfluit 4 pedaal (C-c1) aangehangen. Manuaalkoppel |
|
|
||
|
Foto's: Wim Verburg © 2006 |
||
| De orgelkas is gemaakt in neogotische stijl, passend bij het interieur van de kerk. Het heeft drie vlakke velden, elk bekroond door een wimberg. Elk veld heeft negen pijpen. Een rechtopgaande magazijnbalg met in- en uitspringende vouw zorgt voor de wind. De lade van het positief ligt vóór de hoofdwerklade, vandaar dat er geen zwelkast eromheen zit. | ||
|
|
||