|
Onstwedde, Chr. Geref. Kerk |
||
|
|
||
|
|
||
|
|
||
|
|
||
|
|
||
|
Foto's: Michiel Wubs |
||
|
Het orgel van de Christelijk Gereformeerde Kerk in Onstwedde werd uit een legaat gekocht van de Gereformeerde kerk te Wolphaartsdijk en in februari 2001 door de firma Nijsse en zoon te Oud Sabbinge overgeplaatst. Het orgel werd in 1964 gemaakt door de firma Leeflang te Apeldoorn. Het
hoofdwerk is ongeveer 25cm verlaagd en de twee zijtorens zijn voor een
deel schuin afgesneden om het te kunnen plaatsen in de kerk. Daarom was
het nodig in elke toren, de pijpvolgorde van de frontpijpen om te keren.
Bovendien moesten de drie grootste pijpen van de Bourdon 16’ worden
verkropt. De Mixtuur is gewijzigd van 4-5 sterk naar 3-4 sterk en de
Octaaf 2’ van de Mixtuur is apart bespeelbaar gemaakt. De Nasard van het
Rugwerk werd verlaagd van 1 1/3’ naar 2 2/3’. Vanwege ruimtegebrek moest
er in het groot octaaf gedekte pijpen gebruikt worden. Op 23 maart 2001
werd in een speciale kerkdienst het orgel officieel in gebruik genomen,
waarbij het orgel bespeeld werd door Dhr. J.W. Pots te Stadskanaal. Na de
ingebruikname werd aan het rugwerk nog een elektrische tremulant
toegevoegd. De kassen zijn uitgevoerd in blank eiken. |
||
| Hoofdwerk: (C-g3) Prestant 8 Roerfluit 8 Octaaf 4 Octaaf 2 (Vorabzug) Mixtuur 3-4 st. |
Rugwerk: (C-g3) Holpijp 8 Prestant 4 Spitsfluit 4 Nasard 3 Octaaf 2 Kromhoorn 8 Tremulant |
Pedaal: (C-f1) Bourdon 16 Prestant 8 (transm.) 3 koppels |
| Windvoorziening: Drie kleine zwemmerbalgjes. Winddruk: 64
mm. Bijzonderheden: het orgel is gestemd in een evenredige stemming. De samenstelling van de Mixtuur is als volgt: C 2 ’ 1 1/3’ 1’ c 2 ’ 1 1/3’ 1’ c’ 2 2/3’ 2 ’ 1 1/3’ 1’ c” 4’ 2 2/3’ 2 ’ 1 1/3’ |
||
|
|
||