De dispositie van het Reil-orgel: (1971)
Hoofdwerk: (C-f3)
Prestant 8
Roerfluit 8
Octaaf 4
Octaaf 2
Mixtuur 4-5 st. (= 3-4st.)
Rugwerk: (C-f3)
Holpijp 8
Prestant 4
Fluit 4
Gemshoorn 2
Sesquialter 2 st. a0
Tremulant
Pedaal: (C-d1)
Subbas 16


3 koppels
   
Hieronder kunt u klikken om de klank van het orgel te horen:
De registers van het orgel
WV speelt 2 koraalbewerkingen van Krebs
WV speelt koraalbewerkingen van Krebs en Pachelbel
   
   

Het rugwerk

De klaviatuur

Enkele bijzonderheden:
Niet zo lang geleden heeft het orgel een groot onderhoudsbeurt gekregen, waarbij de winddruk iets verlaagd werd en de intonatie waar nodig gecorrigeerd.
 Met als resultaat dat we nu op een prachtig orgel mogen spelen en dat de samenzang optimaal wordt ondersteund. Kenmerkend voor het orgel is verder dat alle pijpen op natuurlijke lengte zijn gemaakt; er zijn geen stemringen, stemkrullen e.d.

Pijpwerk van het Hoofdwerk

Deze pijpen staan op het midden van 
de windlade

Bij een gewone roerfluit of gedekt zit er een hoed op de pijp. De hoed zorgt ervoor dat de pijp makkelijk gestemd kan worden. Maar hier zijn de deksels één geheel met de rest van de pijp, zodat de toonhoogte a.h.w. vastgelegd is. De dichte pijpen die u ziet zijn die van de roerfluit.

Van voor naar achter: mixtuur 3-5 sterk, octaaf 2, octaaf 4, roerfluit 8 
(met roeren) en in het front de prestant 8

Dezelfde frontpijpen aan de andere kant.....

Pijpwerk van het Rugwerk

Hier is goed de indeling van het pijpwerk te zien. De frontindeling wordt in feite binnen voortgezet.

Ook hier dichtgesoldeerde pijpen, ditmaal van holpijp 8 en fluit 4.

Dezelfde pijpen recht van boven gezien.

Het pedaal

De subbas 16 achter het hoofdwerk

De pedaalmechaniek

 

Home
Terug naar vorige pagina / to last page / Zurück