Noordwelle, Corneliuskerk

   
   

Flaes (& Brunjes) orgel van de Corneliuskerk
In 1865 werden plannen ontwikkeld voor de verwerving van een eerste orgel voor deze kerk. Aanvankelijk is overwogen het te koop staande orgel van de Rooms Katholieke kerk te Zierikzee (thans sterk gewijzigd en uitgebreid in de Hervormde kerk te 's-Heer Arendskerke) aan te schaffen. Daarna kreeg orgelbouwer C.G.F. Witte te Utrecht gelegenheid een plan op te stellen. De kerkvoogdij vindt hem echter te duur. Uiteindelijk werd in 1867 besloten aan de fa. Flaes en Brünjes te Amsterdam opdracht te geven voor de bouw van een nieuw orgel waartoe in mei van dat jaar een contract werd gesloten. Dit instrument, dat één van de laatste is dat gebouwd werd onder de gezamenlijke firmanaam en ¦ 2.600 kostte, werd op 10 mei 1868 in gebruik genomen met een bespeling door de heer Ezerman te Zierikzee. Het orgel werd toen geplaatst boven de uit 1754 daterende kansel opdat geen zitplaatsen op het daartegenover gelegen balkon verloren behoefden te gaan. Het instrument had toen de volgende dispositie en was daarmee identiek aan het eveneens in 1868 door deze orgelbouwers voor de Hervormde kerk te Beets gebouwde orgel:
HOOFDWERK
Prestant 8'                            
Octaaf 4'               
Quint 3'              
Octaaf 2'
Cornet 4 st. (disc.)
NEVENWERK
Holpijp 8'
Salicionaal 8'
Roerfluit 4'

 

 PEDAAL
aangehangen

 

Omstreeks 1900 is op de plaats van de Cornet een Bourdon 8' op het Hoofdwerk geplaatst. De twaalf grenenhouten pijpen, die het groot octaaf van deze Bourdon vormen, werden op twee dwarsgeplaatste pneumatisch hulplaadjes geplaatst. Voorts werd de Salicionaal op het Nevenwerk verplaatst naar het Hoofdwerk waarvoor de Quint 3 moest wijken. Op de vrijgekomen plek in het Nevenwerk kwam een Viool 8'.
In 1962 werd het orgel door de fa. Van Vulpen te Utrecht gedemonteerd, zulks in verband met de kerkrestauratie. In september 1964 plaatsten zij het orgel weer terug maar nu op de galerij aan de westzijde tegenover de kansel. Zij brachten in de laden een verende sleepconstructie met systeemringen aan, hebben het mechaniek van nieuw vilt voorzien en herstelden het dak van de kas en pijpranden. Een plan om de Salicionaal door een Quint 1 1/3' te vervangen werd niet uitgevoerd. Het orgel werd, merkwaardigerwijs met uitsluiting van de kas, in 1991 tot monument verklaard.
Huidige dispositie:  
 HOOFDWERK (C-f3)                    
Prestant 8'                             
Bourdon 8' (C-c0 hout)          
Salicionaal 8'               
Octaaf 4'
Octaaf 2'
NEVENWERK (C-f3)
Holpijp 8' (C-c0 hout)
Viool 8'
Roerfluit 4' (f2-f3 open)

 

PEDAAL (C-c1)
aangehangen

Manuaalkoppel.

   
Prosper Sevestre
Literatuur:
Contract in Archief Kerkvoogdij Noordwelle, Archief Gemeente Schouwen-Duiveland
T. den Toom, De Orgelmakers Witte, blz. 1168 en 1382
Ceacilia, 1868, blz. 109.
J.H. Kluiver, Historische orgels in Zeeland, blz. 103-104; deel III: Schouwen en Duiveland, Tholen en Zeeuws Vlaanderen; 1976. In: Archief, uitgegeven door het Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen, Middelburg.
"De Mixtuur", nr. 11 (oktober 1973), blz. 201; nr. 27 (februari 1979), blz.646-648.
(Bovenstaande gegevens zijn verzameld door de heer Prosper Sevestre, e-mail:psevestre@zeelandnet.nl)
   

Home
Terug naar vorige pagina / to last page / Zurück