Wijk aan Zee, Hervormde Kerk

   

Het Orgel in de Hervormde Kerk
van Wijk aan Zee.

Inleiding.

Het orgel is gebouwd in 1905 door de bekende  Utrechtse orgelbouwer M. Maarschalkerweerd.
Bij oplevering had het fl. 3200,- gekost. Het werd door de organiste Mej. M.E. Gerlings op 2 juli van dat jaar ingebruik genomen. Zij heeft het orgel aan de gemeente geschonken.
Het instrument is, geheel in de sfeer van de bouwtijd, romantisch van dispositie. Dit wil zeggen dat er in het orgel een aantal registers staan die zacht en strijkend
van toon zijn, als bijv. een viool of fluit. Ook de
intonatie, het klankbeeld van het orgel is rond en
zingend. Toch is het door een aantal dragende registers en goede combinatiemogelijkheden zeer geschikt om krachtig de gemeente-zang te begeleiden. Het is een bijzonder orgel omdat de katholieke firma Maarschalkerweerd (die ook het ogel in het concertgebouw in Amsterdam bouwde) voornamelijk orgels gemaakt heeft voor katholieke kerken.

 

 
   
De dispositie van het Maarschalkerweerdorgel: (1905)  
Hoofdwerk:
Prestant 8
Roerfluit 8
Octaaf 4
Nasard 2 2/3
Woudfluit 2
Trompet 8
Bovenwerk:
Holpijp 8
Viola di Gamba 8
Voix Céleste 8
Fluit Dolce 4
Pedaal:
Subbas 16
Octaafbas 8
Bijzonderheden:

3 vaste combinaties
alle pijpwerk in zwelkast
pneumatische tractuur

Tekst en foto gemaild door: M. Lindeman

Elk register bestaat uit 56 pijpen, in lengte variërend
van ruim 2,5 meter tot 20 cm.
Het pedaal heeft twee eigen registers, een subbas 16'
en een octaaf 8'. Deze laatste staat zichtbaar vanuit de kerk in het front.
De kleine tussenvelden met pijpen zijn niet-sprekend. Beide manualen en het pedaal zijn onafhankelijk van elkaar te koppelen.
Het speelwerk van het orgel functioneert volgens een zgn. pneumatisch membraanladen systeem. Dit wil zeggen dat hele speelwerk door lucht gestuurd wordt. Een electrische windmotor voedt de beide balgen.
De kast is tamelijk groot voor het feitelijke instrument, maar neemt daardoor juist zo'n opvallende plaats in in het interieur van de kerk. Oorspronkelijk waren het orgel en het balkon in imitatie-eiken geschilderd.
 
Geschiedenis van het orgel.

Na de bouw van het orgel hebben er nooit ingrijpende veranderingen aan het orgel plaatsgevonden. Rond
1930 werd de electrische windmachine aangebracht; tot dat moment moest het orgel van lucht worden voorzien door de balgen te treden via twee trappers aan de noordzijde. Bijna 50 jaar lang is het orgel door de firma Maarschalkerweerd (en opvolgers) onderhouden geweest. Aan het begin van de jaren '50 bleek dat een deel van het pijpwerk was aangetast door een soort tinpest. De voeten van de pijpen werden aangevreten en
vielen uiteindelijk uit elkaar. Ook waren er kleine lekkages in de windvoorziening. Dit soort zaken waren wel kostbaar, maar niet onoplosbaar. Aan het eind van de jaren '60 werd de kolenverwarming van de kerk vervangen door een oliegestookte hete-lucht-verwarming.

Voor de kerkgangers een hele verbetering, voor het orgel echter de doodklap. Terwijl de kerkgangers nog klaagden over koude voeten, kraakte hoog boven hun hoofden het houten orgel in al zijn voegen en naden.
Het pneumatisch systeem van het orgel kon niet tegen
de sterke temperatuurswisselingen en de daarmee gepaard gaande uitdroging.
Al spoedig raakte het bovenwerk van het orgel
onbespeelbaar door lekkages. In de winter van
1968-1969 was het over; de organist weigerde
er verder nog op te spelen. Orgelbouwers wilden het instrument wel repareren, maar daarbij zou het gehele pneumatische systeem door een mechanisch systeem vervangen moeten worden. Dit betekende in feite nieuwbouw in de bestaande kas. Het geheel werd zo kostbaar dat men besloot het orgel op te geven en een
electronisch orgel ter vervanging aan te schaffen.
Het gehele pijpwerk (zo'n 600 pijpen) en een deel van het mechaniek werden verwijderd en (gelukkig) op zolder opgeborgen. In de kas kwamen de boxen van het nieuwe orgel te liggen.
In december 1987 heeft een aantal vrijwilligers uit de kerk een inventarisatie gemaakt wat er eigenlijk nog
over was van het oorspronkelijke orgel. Dat bleek mee te vallen.
Er werd een reconstructieplan gemaakt om te
zien hoe het orgel eventueel weer te herstellen zou zijn. Vanaf januari 1987 tot september 1989 werd er aan het orgel gewerkt. Alle lekkages en scheuren zijn weggewerkt en het ontbrekende materiaal is vervangen. Alle pijpen zijn gesorteerd, schoongemaakt, hersteld en herplaatst. De voeten van de pijpen zijn waar nodig vervangen en vervolgens allemaal gelakt om de tinpest tot staan te brengen.
Uiteindelijk is het orgel in april opnieuw geďntoneerd en gestemd door orgelbouwer H. Strubbe uit Vinkeveen. Hij is daar een week mee bezig geweest. Toen dit afgerond was klonk het orgel weer zoals het in 1905 ooit moet zijn opgeleverd.
   

Tijdens een feestelijke dienst op 15 october 1989 is het orgel officieel weer in gebruik genomen als begeleidingsinstrument voor de eredienst waar het voor gebouwd werd.
Een prachtig moment, zowel voor degenen die er
aan gewerkt hebben, als voor diegenen in de gemeente die zich de klanken van het vertrouwde orgel nog konden herinneren. In de zomer van 2000 werd het orgel opnieuw grotendeels gedemonteerd om de balgen te herstellen en enkele andere belangrijke reparaties aan windladen en pijpwerk te kunnen uitvoeren.
Een deel van de werkzaamheden werden, onder
leiding van de orgelbouwer R. Witteveen te Wageningen, door vrijwilligers uitgevoerd. Dit stelde de gemeente in staat om de restauratie te kunnen bekostigen, anders
zou het voor ons onbetaalbaar geweest zijn. In mei
2001 is het werk opgeleverd.
De kas van het orgel is
daarna van enige kleuraccenten voorzien om de
wat saaie beschildering te verlevendigen.
Tevens werd het verguldsel hersteld. De architectuur van de kas komt nu weer veel beter uit.
De Orgelcommissie van de Hervormde Kerk heeft
inmiddels het instrument voorgedragen voor de
Monumentenlijst. De klankgeving is volgens hen van
zeer hoge kwaliteit, terwijl de artistieke eigenschappen als symfonisch orgel van zeer hoog niveau zijn.
Daarnaast is het oorspronkelijke pneumatische systeem geheel gereviseerd en behouden. Dit alles, met het feit dat het orgel door de katholieke firma Maarschalkerweerd gebouwd is, maakt het tot een zeldzaamheid binnen het bestand van de Hervormde kerk. De Raad voor de Cultuur zal zeer binnenkort uitspraak doen.

M. Lindeman.
   

Home
Terug naar vorige pagina / to last page / Zurück