Alblasserdam, Grote Kerk

Foto’s: Adriaan Arkeraats © 2006

  • In 1881 bouwde Roelf Meijer een orgel voor de Hervormde Kerk te Alblasserdam. Het orgel had één manuaal en aangehangen pedaal. Al snel bleek dat dit instrument niet krachtig genoeg was. In 1882 leverde Roelf Meijer een nieuw, tweeklaviers orgel. Het eerste orgel nam de orgelbouwer weer in.
  • De koepelkerk in Alblasserdam was in november 1854 in gebruik genomen, maar was slecht van constructie. Het gebouw was zo vochtig dat er schimmels in de fundering ontstonden. Ook het orgel had hier veel last van. In 1898 kwam de gemeente tijdelijk in een houten noodkerk bijeen, waar het orgel ook in werd geplaatst.
  • In 1899 kwam de huidige Grote Kerk gereed. Het orgel is (waarschijnlijk) door J.T. Kerper  overgeplaatst. Op het orgel stond een beeld van David met harp, dat mogelijk bij de overplaatsing is geplaatst. Het stond niet echt stevig, en is in 1923 naar beneden gevallen, dwars door het klankbord van de kansel. Kerper breidde het orgel uit in 1904. De klaviatuur is in 1917 vervangen en in 1926 plaatste men een windmotor.
  • Het orgel werd met de jaren minder goed, zodat er in 1938 een echte restauratie nodig was. De firma Van Leeuwen kreeg de opdracht. Zij maakten een zelfstandig pedaal met drie stemmen, nieuwe frontpijpen, een Hoornprestant 8′ op het Bovenwerk op een eigen pneumatische windlade. Tenslotte werd het front verbreed, verder werd er op het Hoofdwerk  een Mixtuur III-IV sterk geplaatst. De beide gereserveerde tongwerken werden nu ook geleverd, zij het dat de Dulciaan een Vox Humana werd, en de Trompet op een kantsleep kwam te staan. Organist van de kerk W. Stout verschoof ergens tussen 1940 en 1957 de Salicionaal 4′ op naar een Nasard 2 2/3′. Het orgel raakte hierna langzaam maar zeker weer in verval. De firma Slooff onderhield het, maar in 1977 adviseerden zij nieuwbouw. Het orgel was nu volledig onbespeelbaar geworden.
  • Hoewel afbraak werd overwogen is het orgel uiteindelijk toch gerestaureerd. Klaas Bolt wierp zich op als adviseur. De firma Reil nam het werk aan en er kwam een restauratieplan. Uitgangspunt was het werk van Meijer, aangevuld met een vrij pedaal in een aparte kas achter het orgel, een Mixtuur op het Hoofdwerk en de twee gereserveerde tongwerken. De ornamenten zijn ook weer gereconstrueerd en de verbreding van de kas werd ongedaan gemaakt. In 1982 was het werk gereed. Op 22 januari van dat jaar is het instrument weer met een feestelijke bijeenkomst in gebruik genomen. Klaas Bolt bespeelde hierbij het orgel.
  • In 2011 is het orgel opnieuw door Reil gerestaureerd. Op het Hoofdwerk werd de Cornet op een bank geplaatst en de Mixtuur uitgebreid met een discant. Ook is de Trompet 8′ gedeeld in bas en discant. Verder werden de windladen gerestaureerd, evenals de windvoorziening en de frontpijpen.
  • De stemmingstemperatuur is evenredig zwevend, de toonhoogte is a’ = 440 Hz. en de winddruk is 70 mm waterkolom.

Dispositie:

Hoofdwerk
Bourdon 16
Prestant 8
Holpijp 8
Gemshoorn 8
Octaaf 4
Fluit 4
Quint 2 2/3
Octaaf 2
Mixtuur 2-3 st. B
Cornet 3 st. D
Trompet 8 B/D
Bovenwerk
Roerfluit 8
Viola 8
Salicionaal 4
Flute travers 4
Woudfluit 2
Dulciaan 8
tremulant
Pedaal
Subbas 16
Octaafbas 8
Bazuin 16

Koppels:
I + II
P + I