Amersfoort, Grote of Sint Joriskerk, Hoofdorgel

Foto’s Janco Schout

  • Carl Friedrich August Naber bouwde in 1844/1845 zijn grootste orgel in Amersfoort. Het werd op het gotische oksaal geplaatst, tussen koor en schip. In het orgel verwerkte hij zes stemmen van het vorige orgel uit 1551, gemaakt door Cornelis Gerritsz. In dit orgel bevond zich ook pijpwerk van Hagerbeer uit 1636, dat eveneens bewaard gebleven is. Op 9 november 1845 is het orgel in gebruik genomen. Het werd onderhouden door Naber tot 1851. Vanaf 1856 werd dit werk door Knipscheer uitgevoerd. Omdat de kerkvoogden niet tevreden waren over het werk van Knipscheer gaat het onderhoud in 1873 over naar Witte. Het orgel verkeerde niet in al te beste staat, maar het orgel kon wegens geldgebrek niet hersteld worden. In 1886 volgden zelfs plannen voor nieuwbouw, maar dit ging niet door. Witte restaureerde het Naber-orgel in 1886, waarna het op 15 november 1886 door J.A. Gullen werd gekeurd. In 1898 verving Witte de Quintadeen 8′ door een Voix Céleste 8′.
  • J. de Koff werkte aan het orgel in 1903, 1925 en 1935. Drie registers sneuvelden hierbij. De pedaalomvang werd rond 1900 uitgebreid van C-c’ naar C-f’. De dispositiewijzigingen werden in 1970-1972 weer ongedaan gemaakt. Een restauratie werd uitgevoerd door J. de Koff & Zoon. Deze firma ging tijdens de werkzaamheden failliet en daarom voltooide D.A. Flentrop de restauratie. Het orgel werd bij deze gelegenheid aan de westwand gehangen, en het oxaal werd hersteld. De nieuwe Dulciaan 8′ is afkomstig uit het gesloopte Naber-orgel in Vriezenveen uit 1853. De restauratie werd afgesloten met een officiële ingebruikname op 15 december 1972 met een concert door Willem Hülsmann. Flentrop restaureerde in 1995 hetorgel opnieuw. Hierbij werd de mechaniek volledig gereviseerd. Op 31 maart 1995 werd het weer in gebruik genomen, bij welke gelegenheid het bespeeld werd door Herman van Vliet, Jaap Remmelzwaal en Rudi van Straten.
  • De orgelkas is in de jaren 2011-2014 door de firma De Jongh uit Waardenburg opnieuw geschilderd en verguld.

Dispositie:

Hoofdwerk: (C-f3)
Prestant 16
Bourdon 16
Prestant 8
Holpijp 8
Octaaf 4
Openfluit 4
Quint 3
Octaaf 2
Mixtuur IV-VI
Scherp IV
Cornet V
Fagot 16
Trompet 8
Rugwerk: (C-f3)
Prestant 8
Bourdon 8
Roerfluit 8
Octaaf 4
Holfluit 4
Woudfluit 2
Mixtuur III-V
Sesquialter II
Dulciaan 8
Bovenwerk: (C-f3)
Prestant 8
Holpijp 8
Viola di Gamba 8
Quintadena 8
Octaaf 4
Fluit 4
Nasard 3
Gemshoorn 2
Flageolet 1
Hobo 8
Vox Humana 8
Tremulant
Pedaal:
Prestant 16
Subbas 16
Octaaf 8
Octaaf 4
Bazuin 16
Trompet 8

Koppels:
Pedaal-Rugwerk
Pedaal-Hoofdwerk
Hoofdwerk-Rugwerk
Hoofdwerk-Bovenwerk
Rugwerk-Hoofdwerk – 1994

Tremulant – 1995