Barr, Église Protestante, Hoofdorgel

Foto’s: Tjalling Roosjen © 2010

De Église Protestante in Barr is omstreeks 1850 gebouwd. Joseph Stiehr plaatste hier in 1852 het grootste orgel uit zijn werkplaats. In het mechanische sleepladen-orgel is pijpwerk van het orgel dat Johann Andreas Silbermann in 1739 bouwde voor het vorige kerkgebouw bewaard gebleven. De dispositie van het instrument is tot stand gekomen in samenwerking met Jean Frédéric Wenning, organist van de kerk. Op 28 maart 1852 werd het in gebruik genomen met een bespeling door Théophile Stern, organist van de Temple-Neuf en Edouard Hauser. In 1895 werd het orgel gerepareerd door Louis Mockers. In 1917 werden de frontpijpen gevorderd door de Duitse regering. In 1924 plaatste Franz Kriess nieuwe zinken frontpijpen. In 1978 is het orgel door Alfred Kern gerestaureerd en uitgebreid.

Dispositie:

Grand Orgue: C – f3 Montre 16′, Bourdon 16′, Viole de Gambe 16′, Montre 8′, Bourdon 8′, Salicional 8′, Viole de Gambe 8′, Prestant 4′, Flûte 4′, Fugara 4′, Quinte 2 2/3′, Doublette 2′ – 1739?, Cornet 5 rangs (8′) (discant), Fourniture 4-5 rangs (2′), Trompette 8′, Clairon 4′.
Positif de Dos: C – f3 Montre 8′ – 1739?, Bourdon 8′, Flûte Traversière 8′, Cor des Alpes 8′, Prestant 4′, Flageolet 4′, Voix Céleste 4′, Cromorne 8′, Trompette Mineure 8′.
Récit Expressif: C – f3 Montre 8′, Bourdon 8′ – 1739, Salicional 8′, Flûte à Cheminée 4′ – 1739, Flûte Majeure 4′, Flageolet 2′, Basson-Hautbois 8′, Voix Humaine 8′, Tremblant.
Pédale: C – c1 Principal 16′, Contrebasse 16′, Bourdon 16′ – 1739, Flûte 8′ – 1739, Violoncelle 8′, Flûte 4′, Bombarde 16′, Contrebasson 16′, Trompette 8′ – 1978, Clairon 4′.
Koppelingen: Accouplement du Positif au Grand Orgue, Accouplement du Récit au Grand Orgue.
Speelhulpen: Forte- en pianopedaal.

Vulstem Samenstelling
Fourniture 4-5 rangs (Grand Orgue) C: 2′ – 1 1/3′ – 1′ – 2/3′. c°: 2 2/3′ – 2′ – 1 1/3′ – 1′. c’: 4′ – 2 2/3′ – 2′ – 1 1/3′ – 1′. c”: 5 1/3′ – 4′ – 2 2/3′ – 2′.