Bochum (Altenbochum), Liebfrauenkirche

Foto: Festschrift 1998

Siegfried Sauer bouwde in 1998 een nieuw orgel voor de Liebfrauenkirche te Altenbochum. Hierbij werden de fraaie neogotische orgelkas en een groot deel van het pijpwerk van het vorige orgel van de kerk, een instrument van Anton Feith uit 1904, opnieuw gebruikt. Het sleepladen-orgel met mechanische toetstractuur en elektrische registertractuur  is op 30 mei 1998 ingewijd.

Dispositie:

Hauptwerk: C – a3 Prinzipal 16′ – 1904, Prinzipal 8′, Holzflöte 8′, Gemshorn 8′ – 1904, Oktave 4′, Rohrflöte 4′ – 1904, Quinte 2 2/3′ – 1904, Oktave 2′ – 1904, Cornett 5 fach (vanaf c°) – 1904, Mixtur 5 fach (2′), Trompete 8′.
Schwellwerk: C – a3 Bordun 16′ – 1904, Flûte Harmonique 8′, Holzgedackt 8′ – 1904, Gamba 8′, Vox Coelestis 8′ (vanaf c°), Prinzipal 4′ – 1904, Querflöte 4′ – 1904, Doublette 2′, Quinte 1 1/3′, Fourniture 5 fach (2 2/3′), Basson 16′, Trompette Harmonique 8′, Hautbois 8′, Vox Humana 8′, Clairon 4′, Tremulant.
Solowerk: C – a3 Rohrflöte 8′, Salicional 8′, Blockflöte 4′, Nasat 2 2/3′, Oktavin 2′, Terz 1 3/5′, Cymbal 3 fach (1′), Clarinette 8′ – 1904, Tremulant, Glockenspiel – nog niet geplaatst.
Pedal: C – f1 Prinzipalbaß 16′ – 1904, Subbaß 16′ – 1904, Quinte 10 2/3′ – 1904, Prinzipalbaß 8′, Gedackt 8′, Choralbaß 4′ – 1904, Hintersatz 4 fach (2 2/3′) – 1904, Posaune 16′ – 1904, Trompete 8′ – 1904, Clairon 4′ – 1904.
Koppelingen: Hauptwerk – Schwellwerk, Hauptwerk – Solowerk, Schwellwerk – Solowerk, Pedal – Hauptwerk, Pedal – Schwellwerk, Pedal – Solowerk.
Speelhulpen: 256 electronische Setzercombinaties.