Bolsward, Martinikerk, Hoofdorgel

  • Burgemeester Franciscus Elgersma en zijn neef Nicolaas schonken een nieuw mechanisch sleepladen-orgel aan de Martinikerk te Bolsward. In 1777 werd het oude orgel aan de hoogst biedende verkocht. Hinsz kreeg de opdracht het nieuwe orgel te maken. Op 9 mei 1780 werd de eerste pijp geplaatst door een achternichtje van de burgemeester. Op 28 juni 1781 is het instrument in gebruik genomen. Het orgel had twee klavieren en vrij pedaal. Hinsz liet het onderhoud door Franz Caspar Schnitger uitvoeren.
  • Na de dood van Schnitger ging het over naar H.H. Freytag. Deze heeft in 1805 de Vox Humana 8′ door een Fagot 8′ vervangen. Albertus van Gruisen onderhield het van 1817 tot 1840. Daarna was de beurt aan de firma Van Dam. In 1860/1861 voerden deze een grote verbouwing uit: een nieuwe klaviatuur werd gemaakt, met drie klavieren. In de kas plaatsten zij een Bovenwerk met acht stemmen. Op 18 augustus 1861 werd het herstelde en vergrote orgel in gebruik genomen.
  • De firma Ypma kreeg het orgel ook in onderhoud, en ook zij hebben enkele kleine dispositiewijzigingen doorgevoerd. Bakker & Timmenga plaatsten in 1918 het Bovenwerk in een zwelkast, en maakten een pneumatische lade voor een Vox Céleste 8′.
  • In 1955 is het orgel door Flentrop volledig gerestaureerd. Alle wijzigingen van na 1861 zijn ongedaan gemaakt, en ook de Vox Humana op het Hoofdwerk is opnieuw geplaatst. Tot slot werd de Salicet 4′ van het Bovenwerk omgeïntoneerd naar een Prestant 4′. Het Van Dam-bovenwerk bleef bij deze restauratie buiten beschouwing, maar is in 1976 door Vermeulen Alkmaar gerestaureerd onder advies van Willem Hülsmann.
  • Het orgel is in 2003 gereviseerd. Bij deze gelegenheid werd op het Rugwerk een tremulant geplaatst. Op 24 juni 2003 is het orgel weer in gebruik genomen met een concert door Aart Bergwerff en Kees Nottrot.
  • In 2016 voerde de firma Flentrop nieuwe restauratiewerkzaamheden uit. Het pedaalklavier uit 1955 is hierbij vervangen door een historisch pedaalklavier uit de achttiende eeuw, dat in bezit was van Ton Koopman. Koopman schonk het aan de kerk. Op 22 oktober is het orgel weer in gebruik genomen tijdens een feestelijke dag met verschillende organisten. Hierna werden er nog concerten op 26 en 29 oktober gegeven.

De dispositie van het Hinsz-orgel: (1781)

Hoofdwerk:
Praestant 8
Holpijp 16
Hohlpijp 8
Baarpijp 8
Octaaf 4
Spitsfluit 4
Quint 2 2/3
Superoctaaf 2
Woudfluit 2
Mixtuur IV-VI (w/ terts)
Cornet III
Trompet 16
Trompet 8
Vox Humana 8
Rugwerk:
Praestant 8
Fluit Douce 8
Octaaf 4
Gedacktfluit 4
Nasart 2 2/3
Superoctaaf 2
Speelfluit 2
Sexquialter II-III
Scherp III-IV
Dulciaan 8

Bovenwerk:
Praestant 4
Rohrfluit 8
Salicionaal 8
Viola da Gamba 8
Flute Travers 4
Quintfluit 2 2/3
Nachthoorn 2
Clarinet 8
Tremulant

Speelhulpen:
Vier afsluitingen
Ventiel

Pedaal:
Praestant 16
Bourdon 16
Octaaf 8
Gedackt 8
Roerquint 5 1/3
Octaaf 4
Nachthoorn 2
Bazuin 16
Trompet 8
Schalmei 4

Koppelingen:
Hoofdwerk – Bovenwerk
Rugwerk – Hoofdwerk
Pedaal – Hoofdwerk