Bonsecours, Basilique Notre-Dame, Hoofdorgel

Foto’s: Bram Luteyn © 2020

Aristide Cavaillé-Coll bouwde in 1857 een drieklaviers sleepladen-orgel met mechanische tractuur en aangehangen pedaal voor de basiliek in Bonsecours (Seine-Maritime (76)). Het instrument werd op 20 november 1857 ingespeeld door Louis Alfred James Lefebure-Wely. Door dezelfde firma is het in 1879 uitgebreid met een vrij pedaal. In 1889 voerde Cavaillé-Coll reparaties uit. Het orgel is gerestaureerd in 1926 door de firma Convers-Cavaillé-Coll en in 1956 door de firma Beuchet-Debièrre. Bij deze laatste restauratie is de manuaalomvang uitgebreid van f3 naar g3.

Dispositie:
Grand-Orgue: C-g3  Gambe 16′ (vanaf c°), Montre 8′, Bourdon 8′, Salicional 8′, Flûte Harmonique 8′, Unda Maris 8′, Prestant 4′, Nazard 2 2/3′, Doublette 2′, Tierce 1 3/5′, Fourniture 4 rangs, Bombarde 16′, Trompette 8′, Clairon 4′.
Récit Expressif: C-g3  Gambe 8′, Flûte Harmonique 8′, Voix Céleste 8′, Flûte Octaviante 4′, Nazard 2 2/3′, Octavin 2′, Plein Jeu 4 rangs, Basson 16′, Trompette 8′, Basson-Hautbois 8′, Voix Humaine 8′, Clairon 4′.
Positif de Dos: C-g3 .
Pédale: C-f1 Contrebasse 16′, Flûte 8′, Bombarde 16′, Trompette 8′.
Koppelingen: Accouplement du Positif au Grand-Orgue, Accouplement du Récit au Grand-Orgue, Tirasse Grand-Orgue, Tirasse Récit, Octave Grave.
Speelhulpen: Trémolo, Appel Anches (II, III en Pédale), Appel et Renvoi Fourniture.