Borne, Doopsgezinde Kerk

Foto’s en tekst: Dick Sanderman © 2006

De Doopsgezinde Vermaning in Borne is een zaalkerkje uit 1824, waarvan het interieur goed bewaard is gebleven. In 1866 schonk mevrouw Salm-Stenvers een “serafine-orgel” aan de gemeente. Vier jaar later werd dit harmonium ingeruild voor een tweedehands kabinetorgel. In 1884 leverde de firma Haupt uit Oster-Cappeln bij Osnabrück voor 1550 gulden een orgel. Dezelfde firma had in 1862 een (veel groter) orgel geleverd voor de Hervormde kerk in Markelo. Bijzonder aan het Bornse instrument is dat het bovenmanuaal een harmonium of physharmonica
is. De Posaune van het pedaal heeft doorslaande tongen en is in klank sterk verwant aan het harmoniumklavier.
De steminrichting waarmee het harmonium kan worden afgestemd op de toonhoogte van de orgelregisters, is helaas verwijderd. Alleen als de kerk op een temperatuur is die overeenstemt met de temperatuur waarbij het orgel de laatste keer is gestemd, is het mogelijk beide manualen te koppelen of gezamenlijk te gebruiken.
Bij een brand in 1984 liep het orgel waterschade op. De firma Slooff heeft het orgel daarna gerestaureerd.

Bijzonder is ook het feit dat de orgelbank niet op gebruikelijke wijze boven het pedaal kan worden geplaatst. Het pedaalklavier ligt zo dicht
tegen de balustrade aan dat tussen pedaal en balustrade geen ruimte is voor de bank. Dientengevolge staat de bank achter het pedaal. De organist zit derhalve ver naar achteren, waardoor het harmoniumklavier slechts met moeite bereikbaar en bespeelbaar is.

De originele handpompinstallatie is nog aanwezig en kan zonodig nog worden gebruikt. Het orgel is aangemerkt als rijksmonument.
De dispositie:

Ondermanuaal (C-f3)  
Geigenprinzipal 8
Rohrflote 8
Fugara 8
Doppelflöte 4
Spitzflöte 2

Bovenmanuaal (C-f3) 
Harmonium 8

Pedaal (C-d1)
Posaune (doorslaand) 16

Koppels: I-II, I-ped.
Ventiel (afsluiter)