Chesterfield, Church of Saint Mary and All Saints

Ik zoek nog een foto van het orgel

In 1904 bouwde T.C. Lewis een nieuw vierklaviers orgel voor de City Hall in Glasgow (Lanarkshire). Dit werd in 1963 door Henry Willis omgebouwd tot een drieklaviers orgel en overgeplaatst naar de Church of Saint Mary and All Saints in Chesterfield (Derbyshire). Het vorige orgel van deze kerk die beroemd is om zijn unieke torenspits is in 1961 door brand verwoest. In 1988 bouwde Wood het weer om tot een vierklaviers orgel en werd er een nieuwe speeltafel geplaatst. Het pedaalklavier is radiaal concaaf, de windladen zijn kegelladen en de tractuur is elektro-pneumatisch. Vier registers zijn in de 18e eeuw gemaakt door Snetzler. Het gaat om de Stopped Diapason 8′, de Flute 4′ en de Fifteenth 2′ van het Choir en de Dolce 8′ van het Solo. Dit laatste register staat ongebruikt op de windlade, omdat men het pijpwerk niet geschikt acht voor het orgel. De registerknop van de Dolce wordt nu gebruikt om de Dulciana in te schakelen. De tongwerken op hoge druk in het Solo hebben hun eigen zwelkast. Het gaat om de Contra Tromba 16′, de Tromba 8′ en de Tromba Clarion 4′.

Dispositie:

Choir: C – c4 Lieblich Bourdon 16′, Open Diapason 8′, Stopped Diapason 8′, Octave 4′, Flute 4′, Fifteenth 2′, Mixture III – 22.26.29 – in 1988 geplaatst, Trompette 8′ – in 1988 geplaatst, Tremulant.
Great: C – c4 Double Open Diapason 16′, Open Diapason No 1. 8′, Open Diapason No 2. 8′, Stopped Diapason 8′, Principal 4′, Gemshorn 4′, Stopped Flute 4′, Twelfth 2 2/3′, Fifteenth 2′, Mixture IV – 19.22.26.29 – in 1988 geplaatst, Cornet V – 1.8.12.15.17 – Tenor G. in 1988 geplaatst, Posaune 8′ – in 1988 geplaatst, Clarion 4′ – in 1988 geplaatst.
Swell: C – c4 (in zwelkast) Bourdon 16′, Open Diapason 8′, Rohr Flöte 8′, Viole de Gambe 8′, Voix Celeste 8′ TC, Geigen Principal 4′, Flute 4′ – in 1988 geplaatst, Fifteenth 2′ – in 1988 geplaatst, Mixture IV – 12.15.19.22 – in 1988 geplaatst, Sesquialtera II – 12.17 – in 1988 geplaatst, Contra Fagotto 16′, Horn 8′, Oboe 8′, Clarion 4′, Tremulant.
Solo: C – c4 (in zwelkast) Harmonic Flute 8′, Dolce 8′ – niet in gebruik, Unda Maris 8′ – in 1988 geplaatst, Flauto Traverso 4′, Piccolo 2′, Orchestral Oboe 8′ – in 1988 geplaatst, Vox Humana 8′ – in 1988 geplaatst, Clarinet 8′ – in 1988 geplaatst, Tremulant, Contra Tromba 16′ – in 1988 geplaatst, Tromba 8′ – in 1988 geplaatst, Tromba Clarion 4′ – in 1988 geplaatst.
Pedal: C – g1 Sub Bourdon 32′ – in 1988 geplaatst, Great Bass 16′ – houten pijpen, Open Diapason 16′ – transm. van Great, Violone 16′, Bourdon 16′, Lieblich Gedackt 16′ – transm. van Choir – in 1988 geplaatst, Octave (Wood) 8′, Octave (Metal) 8′ – in 1988 geplaatst, Violon Cello 8′, Bass Flute 8′, Super Octave 4′ – in 1988 geplaatst, Flute 4′, Mixture IV – 19.22.26.29 – in 1988 geplaatst, Contra Trombone 32′ – in 1988 geplaatst, Trombone 16′, Trumpet 8′.
Couplers: Swell to Pedal, Swell to Great, Swell to Choir, Swell octave, Swell unison off, Choir to Great, Choir to Pedal, Great to Pedal, Solo to Swell, Solo Octave, Solo to Great, Solo to Choir, Solo to Pedal
Accessories: Solid-state electric console; Balanced pedals to Swell and Solo; 8 pistons each to Great and Swell; 6 pistons each to Choir and Solo; 8 general pistons (all by setter with 8-level memory); 12 reversible pistons; Great and Pedal combinations coupled; Generals on Swell Toe Pistons; Solo Reeds on Solo pedal by switch on stop jamb below couplers; Manual Cancels.