Demmin, Evangelische Sankt Bartholomaei-Kirche

Klik op deze link voor een foto van het orgel

  • In 1818-1819 bouwde Johann Buchholz een nieuw mechanisch sleepladen-orgel voor de Evangelische Kirche in Demmin (Mecklenburg-Vorpommern). Het instrument kreeg twee manualen en vrij pedaal met veertig registers. Adviseur bij de bouw was Franz Tschockert, organist van de Sankt Hedwigskirche in Berlijn. In maart 1819 was het instrument voltooid. Het werd in 1840 gewijzigd door Schulze.
  • Een grote verandering vond plaats in 1866, toen Barnim Grüneberg het orgel verplaatste, ombouwde en uitbreidde tot een vierklaviers werk met 52 registers. Alle oude pijpen werden hergebruikt. In 1912 wijzigde Grüneberg het orgel, maar het is onbekend wat er precies is gedaan. Zoals zoveel Duitse orgels verloor ook dit instrument in 1917 de frontpijpen.
  • De firma Sauer restaureerde het instrument in 1935, maar hierbij werd de dispositie op verschillende punten aangepast aan de ideeën van de Orgelbewegung. Gedurende de Tweede Wereldoorlog liep het orgel beschadigingen op, maar de schade was niet aanzienlijk.
  • In 1997 is er besloten om het orgel grondig te laten restaureren en terug te brengen in de toestand van 1866. De firma Scheffler kreeg de opdracht, en in oktober 1998 begon de restauratie. Een eerste deel van het orgel was in april 2000 weer te gebruiken. De gehele restauratie was in augustus 2002 gereed, waarna het instrument op 8 september 2002 weer officieel in gebruik werd genomen.

Dispositie:

Hauptwerk: C – f3 Principal 16′, Bordun 16′, Principal 8′ – 1866, Gedackt 8′ – 1840/1866, Viola da Gamba 8′ – 1840, Hohlflöte 8′ – 1866, Nasard 5 1/3′ – 2000, Octave 4′, Spitzflöte 4′, Quinte 2 2/3′, Octave 2′, Mixtur 5 fach – 1840, Scharff 4 fach – 1840, Cornett 4 fach – 1866, Tuba 16′ – 2000, Trompete 8′ – 2000.
Unterwerk: C – f3 Quintatön 16′ – 2000, Geigen Principal 8′ – 1866, Salicional 8′ – 2000, Rohrflöte 8′ – 1866, Gemshorn 8′, Octave 4′ – 1866, Flauto Anna 4′ – 1866, Quinte 2 2/3′ – 2000, Octave 2′, Sifflöte 1′ – 2000, Mixtur 4 fach, Dulcian-Fagott 16′ – 2000.
Echo-Werk (in zwelkast): C – f3 Lieblich Gedackt 16′ – 1866, Principal 8′ – 1866, Lieblich Gedackt 8′ – 1840, Flaute Traverse 8′ – 1866, Äoline 8′ – 1866, Octave 4′, Flauto Dolce 4′ – 2000, Nasard 2 2/3′ – 2000, Waldflöte 2′, Cymbel 3 fach, Clarinette 8′ – 2000.
Oberwerk: C – f3 Harmonika 8′.
Pedal: C – d1 Principal 16′ – 1866, Subbass 16′ – 1866, Violon 16′, Nasard 10 2/3′, Violon 8′, Bassflöte 8′ – 1866, Nasard 5 1/3′, Octave 4′, Mixtur 4 fach – 2000, Bombarde 32′ – 2000, Posaune 16′ – 2000, Fagott 8′ – 2000.
Koppelingen: Hauptwerk – Unterwerk, Hauptwerk – Echo-Werk, Pedal – Hauptwerk.
Speelhulpen: Sperrventile (per manuaal).