Den Haag, Sint Paschalis Baylonkerk, Hoofdorgel

Foto’s: Michiel van ’t Einde & ME © 2015

  • Het kegelladen-orgel is in 1922 gebouwd door Jos H. Vermeulen. Het kreeg een pneumatische tractuur en 28 stemmen. Op 28 mei 1922 werd het instrument in gebruik genomen met een officiële wijding, gevolgd door een concert door Hendrik Andriessen. In 1955 plaatste Vermeulen drie registers op een aparte lade in de koornis. Het orgel werd ook uitgebreid en omgebouwd naar een electro-pneumatische tractuur. Het koororgel werd bespeelbaar gemaakt vanaf het eerste manuaal, maar er kwam ook een eigen speeltafel. Adviseur bij de verbouwing was dr. P.J. de Bruyn.
  • Het koororgel is inmiddels vervangen door een ander instrument met mechanische tractuur. Het hoofdorgel is tegenwoordig niet meer in gebruik.
  • De stemmingstemperatuur is evenredig zwevend.

Dispositie:

Manuaal I: C – g3 Prestant 16′, Prestant 8′, Holpijp 8′, Octaaf 4′, Roerfluit 4′, Quint 2 2/3′, Octaaf 2′, Cornet V sterk, Mixtuur IV-VI sterk – 1922/1955, Trompet 8′, Klaroen 4′ – 1955.
Manuaal II (in zwelkast): C – g3 Bourdon 16′, Tolkaan 8′ – 1955, Salicionaal 8′, Bourdon 8′, Zingend Prestant 4′ – 1955, Fluit 4′, Nasard 2 2/3′, Piccolo 2′, Terts 1 3/5′ – 1955, Sifflet 1′ – 1955, Scherp IV sterk – 1955, Echo-Trompet 8′, Tremulant.
Koororgel: C – g3 Roerfluit 8′, Fluit 4′, Zwitzers Pijp 2′.
Pedaal: C – f1 Contrabas 16′, Subbas 16′, Octaaf 8′, Gedekt 8′ – 1955, Koraalbas 4′ – 1955, Quint 2 2/3′ – 1955, Bazuin 16′.
Koppelingen: Manuaal I – Manuaal II, Pedaal – Manuaal I, Pedaal – Manuaal II.
Speelhulpen: Automatisch pedaal, Vaste combinaties (p – mf – f – tutti), Twee vrije combinaties, Generaal Crescendo, Tongwerken af.