Eastermar (Oostermeer), Gereformeerde Kerk

Foto’s: Michiel van ’t Einde © 2012

  • De geschiedenis van het orgel in Oostermeer begon in 1890, toen Jan Proper een tweeklaviers orgel met zestien stemmen plaatste in de Gereformeerde Kerk te Heerenveen. Na de bouw van een nieuw kerkgebouw in 1922 schafte men ook een nieuw orgel aan bij de firma Rohlfing. Het Proper-orgel werd verkocht aan de Gereformeerde Kerk in Oostermeer. In 1953 is hier ook een nieuwe kerk gebouwd. Het Proper-orgel werd op de galerij tegenover de kansel geplaatst, echter in een nieuwe orgelkas. Het oude front werd afgebroken. Later is het orgel verplaatst naar de overzijde, boven de kansel. In 1976 bouwde Will Boegem een nieuw mechanisch sleepladen-orgel, waarbij naast drie stemmen van Proper (Subbas 16′, Octaaf 4′ en Trompet 8′) niets uit het oude instrument werd overgenomen.
  • Het orgel heeft hij geplaatst in een orgelkas van Bakker & Timmenga uit 1912, afkomstig uit de Doopsgezinde Kerk te Sint Annaparochie. Hoe deze kas hier is terechtgekomen is onduidelijk: in 1912/1913 bouwde Bakker & Timmenga een nieuw orgel voor Sint Annaparochie, dat in 1937 is afgebroken door de firma Spanjaard omdat hij een nieuw orgel leverde. Echter, zij plaatsten het Bakker & Timmenga-orgel in 1941 over naar de Hervormde Kerk te Niebert. Daarbij is de kas niet gebruikt. Deze werd gebruikt bij de bouw van een nieuw orgel voor de Hervormde Kerk te Birdaard. Dit orgel is in 1973 afgebroken.

Dispositie:

Manuaal I: C – g3 Prestant 8′, Roerfluit 8′, Octaaf 4′ – 1890, Octaaf 2′, Mixtuur III-IV sterk (1 1/3′).
Manuaal II: C – g3 Holpijp 8′, Baarpijp 4′, Woudfluit 2′, Sesquialter II sterk.
Pedaal: C – f1 Subbas 16′ – 1890, Trompet 8′ – 1890.
Couplers: Manuaal I – Manuaal II, Pedaal – Manuaal I, Pedaal – Manuaal II.
Accessories: Tremulant.