Freising, Katholische Mariendom, Hoofdorgel

Bron foto: Ansichtkaart

  • Joseph Christoph Egedacher bouwde dit orgel in de jaren 1622-1624. In de loop van de tijd werd het orgel volledig verbouwd. In 1936 herbouwde Magnus Schmid het instrument, waarbij vrijwel al het oude materiaal werd vervangen. De firma Albiez maakte in 1980 een geheel nieuw binnenwerk met sleepladen, mechanische toetstractuur en elektrische registertractuur, waarin nog enkele historische pijpen bewaard zijn gebleven.
  • Het orgel is rond 2008 gerestaureerd door de firma Frenger & Eder. Daarbij is de registertractuur vernieuwd en een Setzeranlage geplaatst.

Dispositie:

Hauptwerk: C – a3 Prästant 16′, Principal 8′, Großgedeckt 8′, Gambe 8′, Octave 4′, Hohlflöte 4′, Quinte 2 2/3′, Superoctave 2′, Flöte 2′, Mixtur 5 fach, Scharff 3 fach, Cornett 5 fach (vanaf f°), Trompete 16′, Trompete 8′.
Schwellwerk: C – a3 Bourdon 16′, Harfenprincipal 8′, Koppelflöte 8′, Salicional 8′, Schwebung 8′ (vanaf c°), Principal 4′, Blockflöte 4′, Viola 4′ – overblazend, Nasat 2 2/3′, Waldflöte 2′, Terz 1 3/5′, Sifflöte 1 1/3′, Plein Jeu 4-5 fach, Carillon 2-3 fach, Fagott 16′, Oboe 8′, Vox Humana 8′, Clairon 4′, Tremulant.
Brustwerk: C – a3 Gedeckt 8′, Quintade 8′, Rohrflöte 4′, Spitzflöte 4′, Principal 2′, Octave 1′, Terzian 2 fach, Cymbel 3-4 fach, Rankett 16′, Musette 8′, Tremulant.
Pedal: C – f1 Principalbaß 16′, Subbaß 16′, Quintbaß 10 2/3′, Octavbaß 8′, Spillpfeife 8′, Choralflöte 4′, Mixtur 5 fach, Posaune 16′, Trompete 8′, Schalmei 4′.
Couplers: Hauptwerk – Schwellwerk, Hauptwerk – Brustwerk, Schwellwerk – Brustwerk, Pedal – Hauptwerk, Pedal – Schwellwerk, Pedal – Brustwerk.
Accessories: Elektrische Setzerkombinationen – ca. 2008, Mechanische Setzerkombinationen A-H, Pleno, Zungen ab, General Null.