Friedrichshafen, Evangelische Schloßkirche, Hoofdorgel

Foto’s: Henk en Uilkje Veenstra © 2009, Bron www.orgelsitesimon.nl

In 1950/1951 bouwde de firma Weigle een nieuw orgel voor de Schloßkirche in Friedrichshafen. Het orgel had drie manualen en pedaal met 37 registers. De tractuur was elektrisch. In 1970 is opnieuw een sleepladen-orgel met mechanische toetstractuur en elektrische registertractuur gebouwd door Weigle Orgelbau, met 41 stemmen. De orgelkassen zijn duidelijk ouder. In 1988 is het instrument gereviseerd door Weigle.

Dispositie:

Hauptwerk: C-g3  Quintade 16′, Prinzipal 8′, Gemshorn 8′, Oktave 4′, Spitzgambe 4′, Quinte 2 2/3′, Oktave 2′, Larigot 1 1/3′, Großkornett 3-5 fach (4′), Mixtur 6 fach (2′), Trompete 8′, Trompete 4′ – extension, Tremulant.
Schwellwerk: C-g3  Holzflöte 8′, Salicional 8′, Schwebung 8′, Prinzipal 4′, Rohrgedackt 4′, Oktavflöte 2′, Sifflöte 1 1/3′, Scharf 4 fach (1′), Fagott 16′, Oboe 8′, Tremulant.
Kronwerk: C-g3  Stillgedackt 8′, Rohrflöte 4′, Italienisch Prinzipal 2′, Nasard 2 2/3′, Terz 1 3/5′, None 8/9′, Zimbel 3 fach (1/2′), Musette 8′, Tremulant.
Pedal: C-f1 Prinzipalbass 16′, Gemshornbass 16′, Quinte 10 2/3′, Oktavbass 8′, Rohrflöte 8′, Nachthorn 4′, Hohlflöte 2′, Basszink 3 fach (5 1/3′), Hintersatz 4 fach (2 2/3′), Posaune 16′, Trompete 8′, Schalmei 4′, Tremulant Kleinpedal.
Koppelingen: Hauptwerk – Schwellwerk, Hauptwerk – Kronwerk, Schwellwerk – Kronwerk, Pedal – Hauptwerk, Pedal – Schwellwerk, Pedal – Kronwerk, Generalkoppel.
Speelhulpen: 4 freie Kombinationen 4′, 2 freie Pedalkombinationen 2′, Einzel-Zungenabsteller, Crescendowalze.