Genemuiden, Grote Kerk

Foto’s: Jan van der Male © 2006

Nadat op zondag 6 augustus 1882 de Sint-Nicolaaskerk met het fraaie orgel van de firma H.A. Lohman aan de vlammen ten prooi viel, werd op 23 december 1883 het herbouwde kerkgebouw in gebruik genomen.
Zwier van Dijk uit Kampen kreeg opdracht om een nieuw orgel te bouwen. Hij installeerde dit instrument in ongeveer vijf maanden. Het prachtige houtsnijwerk dat het orgel siert werd vervaardigd door beeldhouwer Jacob van der May uit Leeuwarden. De beelden werden vervaardigd door gipswerker Klijsen uit Zwolle.
Op dankdag 4 november 1885 werd het orgel ingewijd met een leerrede over Psalm 150 door ds. H Nijhuis.
In 1914 werd het orgel een schoonmaakbeurt gegeven voor f 359,25 door Jan Proper.
Op 28 december 1937 werd besloten om de windvoorziening te
regelen met behulp van een elektromotor. Van Putten uit Kampen installeerde het systeem.
In 1961 werd het instrument grondig gerestaureerd door de firma L. Verschueren uit Heythuysen. Er werd onder meer een vrij pedaal met zes stemmen toegevoegd. De kosten voor deze restauratie bedroegen f23.985,-
In het begin van de jaren ’70 werden er enkele kleine dispositiewijzigingen ingevoerd door Hendriksen en Reitsma.
In het jubileumjaar 1985 werd besloten om het orgel te restaureren. Deze restauratie is uitgevoerd door Kaat en Tijhuis uit Kampen,
waarbij het instrument haar oorspronkelijke fraaie karakter (wat in de loop van de 100 jaar toch wel was gewijzigd) heeft teruggekregen. Laatstgenoemde firma heeft het orgel tot hun faillissement in 2012 in onderhoud gehad.

In 2018-2019 werd het orgel opnieuw gerestaureerd door de Firma Reil uit Heerde. Er waren onder andere klachten over de slechte toestand van de windlade van het rugwerk en de daarmee  samenhangende ontstemming van het pijpwerk.. Op advies Reil werd een quickscan uitgevoerd door orgeladviseur Stef Tuinstra.  Daarin kwam ook het klankbeeld aan de orde. De deskundige vond de klank wat saai en nogal afwijkend van  het historische klankbeeld van 1885. De klank van het oorspronkelijke pijpwerk was bij de vorige restauratie aangepast aan het nieuwe pijpwerk. Bovendien had men de winddruk aanzienlijk verlaagd. Bij een her-intonatie zou dat worden hersteld naar de eigen klankwereld. Dat betekende een evenwichtiger klank met meer karakter en krachtiger. Ook was de muziek van het instrument niet meer transparant en doorzichtig bij het gebruik van veel registers. De deskundige wees ook op de wenselijkheid van een dispositiewijziging. Verder was het pedaal te zwak voor het volume van het hoofd- en rugwerk. Naar aanleiding van de geconstateerde gebreken, aanpassingen van de stemmen, het verstoorde klankbeeld en de uitkomst van een analyse van kosten en baten, die een positief investeringsrendement liet zien bij een uitgebreide restauratie, heeft het college van kerkrentmeesters besloten het Zwier van Dijk-orgel te laten restaureren, waarbij het deskundigen rapport leidend was.

Huidige dispositie:

Hoofdwerk: C – f3
Bourdon 16′
Violon 16′
Prestant 8′
Roerfluit 8′
Octaaf 4′
Fluit 4′
Quint 3′
Octaaf 2′
Cornet IV disc.
Mixtuur III-V
Cimbel III
Trompet 8′ bas/disc.

Rugpositief: C – f3
Prestant 8′
Holpijp 8′
Gamba 8′
Prestant 4′
Roerfluit 4′
Woudfluit 2′
Sesquilter II vanaf a0
Scherp III
Dulciaan 8′

Pedaal: C – d1
Subbas 16′
Prestant 8′
Octaaf 4′
Ruischpijp III
Bazuin 16′
Schalmei 4′

Speelhulpen: 
Tremulant Rugpositief-Pedaal
Manuaalkoppel
Koppel Pedaal-Hoofdwerk
Koppel Pedaal-Rugpositief

De dispositie tot 2018:

Hoofdwerk: C – f3  
Bourdon 16
Violon 16
Prestant 8
Roerfluit 8
Octaaf 4
Fluit 4
Quint 3
Octaaf 2
Sesquialter II af Gis
Cornet IV disc.
Mixtuur V
Cimbel III
Trompet 8

Rugwerk C – f3
Prestant 8
Holpijp 8
Gamba 8 af G
Prestant 4
Roerfluit 4
Woudfluit 2
Scherp III
Sesquialter II
Dulciaan 8
Tremulant

Pedaal: C – d1
Subbas 16
Prestant 8
Octaaf 4
Ruischpijp III
Bazuin 16
Schalmey 4

Koppels:
Hw-Rw
Pd-Hw
Pd-Rw