Glauchau, Sankt Georgenkirche

Foto’s: Bert Wisgerhof © 2000

  • Gottfried Silbermann bouwde van 1728-1730 een nieuw orgel voor de na een stadsbrand in 1712 herbouwde kerk van Glauchau (Sachsen). C.G. en G.H. Donati repareerden het instrument in 1784, maar hebben verder niets gewijzigd. In 1816 stelde Christian Gottlob Steinmüller verschillende werkzaamheden voor, waaronder het evenredig stemmen van het pijpwerk. De voorstellen werden niet uitgevoerd, maar twintig jaar later, in 1836, kreeg Steinmüller alsnog de kans om zijn plannen uit te voeren. Het betekende dat er nogal wat werd vervangen: de Cymbel van het Hauptwerk en de Sesquialtera en de Vox Humana van het Oberwerk werden vervangen door een Viola da Gamba 8′, een Salicet 4′ en een Flauto Traverso 8′. Ook is er een evenredig zwevende temperatuur gelegd. De oude Vox Humana van Silbermann werd geplaatst in het orgel van de protestantse Hofkirche te Dresden.
  • Richard Kreutzbach verving in 1891 de drie stemmen uit 1836 door een nieuwe Viola da Gamba 8′, een Aeoline 8′ en een Vox Humana 8′. Tevens vernieuwde hij de Trompet van het pedaal. In 1924 kreeg het mechanische sleepladen-orgel een elektrische windmachine, geplaatst door Jehmlich. Jehmlich heeft het orgel in 1936 gerestaureerd. Hierbij verlaagde hij de toonhoogte met een halve toon door de slepen te verschuiven, breidde hij de pedaalomvang uit naar f’ en plaatste hij een nieuwe Cymbel, een Sesquialtera en een Octavebass 4′. Al het nieuwe pijpwerk werd op pneumatische windladen geplaatst, inclusief de uitbreiding van het pedaal. De tremulant werd verwijderd, omdat de registerknop nodig was voor de nieuwe manuaalkoppel. Tenslotte is de intonatie van de Viola di Gamba en de Aeoline uit 1891 aangepast.
  • Na de Tweede Wereldoorlog besloot men de twee strijkers uit 1891 te vervangen door meer bij het orgel passende stemmen. Hans Michel plaatste in 1949 een Quinte 5 1/3′ op het Hauptwerk en een Terz 1 3/5′ op het Oberwerk. Uiteindelijk is in 1952/1953 bij een grote restauratie door de firma Jehmlich de oorspronkelijke dispositie grotendeels hersteld. Wel is de uitbreiding van de pedaalomvang behouden gebleven, is de temperatuur evenredig zwevend en werd de Octavenbass 4′ van het pedaal niet verwijderd.
  • In 1997/1998  is het orgel door de firma Eule opnieuw gerestaureerd. Nu werden de laatste afwijkingen van de originele toestand wel ongedaan gemaakt. De balgen werden gereconstrueerd, evenals de klaviatuur, de toonomvang van manualen en pedaal en de intonatie naar voorbeeld van andere Silbermann-orgels. Tenslotte werden meer dan 1200 pijpen nieuw gemaakt volgens de factuur van Silbermann.

Dispositie:

Hauptwerk: CD – c3 Bordun 16′, Principal 8′, Rohrflöthe 8′, Octava 4′, Spitzflöthe 4′, Quinta 3′, Octava 2′, Tertia 1 3/5′, Mixtur 3 fach, Cornet 3 fach (discant), Cymbel 2 fach.
Oberwerk: CD – c3 Principal 8′, Gedackt 8′, Quintaden 8′, Octava 4′, Rohrflöthe 4′, Nasat 3′, Octava 2′, Quinta 1 1/2′, Sufflöth 1′, Sesquialtera 2 fach, Mixtur 3 fach, Vox Humana 8′.
Pedal: CD – c1 Principal Baß 16′, Octav Baß 8′, Posaune 16′, Trompete 8′.
Couplers: Manuaalkoppel, Pedal – Hauptwerk.