Goirle, Kerk van de Heilige Johannes Onthoofding, Hoofdorgel

Foto’s: Michiel van ’t Einde © 2012

In de vorige kerk bouwde François Bernard Loret in 1856 een eenmanualig orgel met aangehangen pedaal. Na de verplaatsing naar de nieuwe kerk werd het door Verschueren omgebouwd (pneumatisch) en uitgebreid (opus 29). In 1963 voerde Verschueren opnieuw een uitbreiding uit, en maakte de tractuur weer mechanisch. Er zijn nog negen registers van Loret aanwezig. De oude kas van Loret wordt geflankeerd door twee pedaaltorens uit 1963. Dispositie en intonatie zijn niet in de stijl van Loret. Adviseur bij de ombouw was dr. W. Kerssemakers. Het mechanische sleepladen-orgel werd ingespeeld door Hub. Houët op 25 mei 1963. De stemmingstemperatuur is evenredig zwevend.

Dispositie:

Hoofdwerk: C – g3 Prestant 8′ – 1856, Roerfluit 8′ – 1856, Octaaf 4′ – 1856, Fluit 4′ – 1856, Piccolo 2′ – 1856, Mixtuur III-IV sterk, Cornet V sterk (discant), Dulciaan 16′, Trompet 8′ – 1856, Klaroen 4′.
Zwelwerk: C – g3 Bourdon 8′ – 1856, Salicionaal 8′ (vanaf c°), Celeste 8′ (vanaf c°), Zingend Prestant 4′, Koppelfluit 4′, Octaaf 2′, Sifflet 1′, Klein Mixtuur III sterk, Sesquialter II sterk (vanaf g°), Kromhoorn 8′, Musette 4′.
Pedaal: C – f1 Prestant 16′, Subbas 16′ – 1856, Octaafbas 8′, Gedektbas 8′, Kwintbas 5 1/3′, Fluitbas 4′ – 1856, Ruispijp III-IV sterk, Bazuin 16′, Schalmei 4′.
Couplers: Hoofdwerk – Zwelwerk, Pedaal – Hoofdwerk, Pedaal – Zwelwerk.