Foto’s 1-6: Onbekend
Foto 7: Dick Sanderman © 2002
Foto’s 8-31: Rien van Binnendijk © 2015-2026
Op 8 oktober 1732 werd besloten om het oude orgel in Gouda te verwijderen, en een nieuw instrument te laten bouwen. De lege kas van het oude orgel is nog te bezichtigen in de Rooms-Katholieke kerk van Abcoude. Jean François Moreau bouwde het nieuwe mechanische sleepladen-orgel, dat op 13 mei 1736 in gebruik werd genomen.
In de negentiende eeuw zijn er geregeld werkzaamheden aan verricht, en enkele stemmen werden vervangen. Tussen 1835 en 1839 werd het instrument gerestaureerd door de firma Lohman. N.A. Lohman stelde voor het orgel uit te breiden met een vierde manuaal, dat als echoklavier boven het bovenwerk zou worden opgesteld. Dit plan ging uiteindelijk niet door. Bij de restauratie werd wel een geheel nieuwe speeltafel gemaakt, die uitbundig werd versierd. De restauratie was op 11 juli 1839 voltooid door de zonen van Lohman.
Het instrument werd eveneens gerestaureerd tussen 1891 en 1893 door Witte. J. de Koff maakte in het begin van de twintigste eeuw een zwelkast en plaatste een windmotor. De dispositie van het orgel was inmiddels op verschillende punten ingrijpend gewijzigd. Eind 1925 voegde De Koff aan het pedaal twee tongwerken toe die op een aparte pneumatische lade zijn geplaatst.
De firma’s Flentrop (1959/1960, onder advies van Lambert Erné) en Leeflang (1979/1981) restaureerden het orgel, maar lieten veel materiaal uit latere jaren zitten. Zo is ook de zwelkast nog in gebruik. Op 26 juni 1981 werd het orgel weer in gebruik genomen met een bespeling door de organist van de kerk, Klaas Boersma, die de samenzang begeleidde, en één van de adviseurs tijdens de restauratie, Arie J. Keijzer. Ook dr. M.A. Vente was als adviseur betrokken bij de restauratie. De werkzaamheden aan het orgel werden echter pas begin 1982 afgerond.
In 2012 is het orgel gereviseerd door de firma Reil. Naast groot onderhoud is het gehele instrument opnieuw geïntoneerd. Ook werd de winddruk verhoogd naar 98 mm. Adviseurs bij de werkzaamheden waren Henk Kooiker en Christiaan Ingelse, organist van de kerk. Op 27 juni 2012 is het orgel weer in gebruik genomen met een concert door Christiaan Ingelse. De tweede fase van de restauratie is uitgevoerd in 2016.
In 2022 is groot onderhoud uitgevoerd door de firma Van Vulpen. Drie balgen zijn opnieuw beleerd en de windtoevoer naar de grootste frontpijpen is verbeterd, waardoor die nu een vollere klank hebben. Hierna is het orgel op 6 januari 2023 weer in gebruik genomen met een concert dat gegeven werd door Gerben Budding. De stemmingstemperatuur is gelijkzwevend.
De dispositie van het Moreau (1736) orgel: (later hebben ook andere orgelbouwers aan het orgel gewerkt)
HOOFDWERK (C – d3) 51 TOETSEN: Prestant 16′, Prestant 8′, Holpijp 8′, Quint 6′, Octaaf 4′, Openfluit 4′, Superoctaaf 2′, Cornet V sterk (discant), Tertiaan II sterk, Mixtuur V-VI sterk, Trompet 16′, Trompet 8′, Schalmei 4′.
RUGWERK (C – d3) 51 TOETSEN: Bourdon 16′, Prestant 8′, Holpijp 8′, Fluit Travers 8′, Octaaf 4′, Gedekte Fluit 4′, Quint 3′, Superoctaaf 2′, Woudfluit 2′, Sexquialter II sterk, Cornet VI sterk, Mixtuur VI sterk, Scherp VI sterk, Trompet 8′, Dulciaan 8′, Tremulant.
BOVENWERK (C – d3) 51 TOETSEN: Prestant 8′, Echoholpijp 8′, Quintadena 8′, Salicionaal 8′, Viola di Gamba 8′, Octaaf 4′, Echofluit 4′, Nasard 3′, Nachthoorn 2′, Flageolet 1′, Sexquialter III sterk (B/D), Mixtuur IV sterk, Echotrompet 8′, Vox Humana 8′, Tremulant.
PEDAAL (C – e1) 29 TOETSEN: Prestant 16′, Subbas 16′, Prestant 8′, Wijdgedekt 8′, Octaaf 4′, Holfluit 2′, Mixtuur VI sterk, Bazuin 16′, Trompet 8′, Clairon 4′, Cornet 2′.
KOPPELINGEN: Pedaal – Hoofdwerk, Pedaal – Hoofdwerk en Bovenwerk, Hoofdwerk – Rugwerk, Rugwerk – Hoofdwerk.
Alle koppels zijn gedeeld.





























