Güstrow, Domkirche, Hoofdorgel

Foto en gegevens © Willemijn Hissink 2009

Het Lütkemüller-orgel is van 1868. Het is in een gedeelde kast opgesteld. Het instrument telt 5 blaasbalgen.
Vanwege ernstige problemen met de luchtvochtigheid moest het orgel al in 1869 gerepareerd worden.
Vanwege houtworm moest Friedrich Friese (III) in 1882 enige houten pijpen vervangen.
In 1895 kreeg het orgel een grote beurt door Friedrich Friese (III).
Kemper wijzigde de dispositie in 1939.
In 1984 – 1986 werd het orgel gerestaureerd en in oorspronkelijke staat teruggebracht door Gebr. Jehmlich
uit Dresden. Daarbij werden Lütkemüller-pijpen uit het Scherer-orgel te Tangermünde gebruikt die door de
reconstructie aldaar niet meer werden gebruikt.
Vanwege een restauratie aan het koor van de kerk kon het kistorgel niet gefotografeerd worden.

De dispositie:

I. Manual / C-f3,
mechanische Schleiflade
Octave 4’
Bordun 16’
Viola di Gamba 16’
Principal 8’
Floete 8’ dopp.
Viola di Gamba 8’
Floete 4’ dopp.
Quinte 2 2/3’
Octave 2’
Mixtur 5fach
Trompete 8’
II. Manual / C-f3,
mechanische Schleiflade
Quinte 2 2/3’
Rohrflöte 4’
Octave 4’
Salicional 8’
Gedackt 8’
Principal 8’
Quintatön 16’
Octave 2’
Mixtur 4fach
Clarinette 8’ 
III. Manual / C-f3,
mechanische Schleiflade
Liebl. Gedackt 16’
Gemshorn 8’
Gedackt dopp. 8
Dolce 8’
Principal 4’
Fugaro 4’
Floete 4’ 
Pedal / C-d1,
mechanische Schleiflade
Untersatz 32’ (C-Gis 16’)
Violon 16’
Subbaß 16’
Principal 8’
Violoncell 8’
Baßfloete 8’
Octave 4’
Posaune 16’
Trompete 8’Manualkoppel II-I, III-II (Züge)Pedalkoppel I-P (Fußtritt)Sperrventile für alle Werke
Calcanten Glocke