Hoogeveen, Oosterkerk (Nieuwe Gereformeerde Kerk)

Foto’s: Michiel van ’t Einde © 2014

De Duitse bouwer firma Gebrüder Oberlinger bouwde het orgel van de Oosterkerk in Hoogeveen (Drenthe) in 1973 naar een ontwerp van G.A.C. de Graaf. Adviseur was Martin Groenewold. Het mechanische sleepladen-orgel heeft twee kassen. De voorste kas bevat de klaviatuur en het borstwerk. De achterste kas bevat hoofdwerk en pedaal.

Dispositie:

Hoofdwerk: C – g3 Prestant 8′, Roerfluit 8′, Octaaf 4′, Quintadeen 4′, Gemshoorn 2′, Mixtuur IV sterk (1 1/3′), Trompet 8′.
Borstwerk: C – g3 Holpijp 8′, Koppelfluit 4′, Prestant 2′, Nasard 1 1/3′, Octaaf 1′, Cymbel IV sterk (1′), Sesquialter II sterk (2 2/3′), Kromhoorn 8′, Tremulant.
Pedaal: C – f1 Subbas 16′, Nachthoorn 8′ – koper, Octaaf 4′, Ruispijp II sterk (2 2/3′), Bazuin 16′.
Couplers: Hoofdwerk – Borstwerk, Pedaal – Hoofdwerk, Pedaal – Borstwerk.