IJlst, Stadslaankerk

Simon den Hartigh improviseert variaties op het lied
Ach wie nichtig, ach wie flüchtig.
Variatie 1      Variatie 2
Variatie 3      Variatie 4

Foto’s: Simon den Hartigh © 2006

Dit Willem van Gruisen orgel (1836) heeft een hoofdwerk en een ONDERpositief. Het onderpositief heeft bij dit orgel geen front.
Er is een subbas 16′ geplaatst in de jaren ‘ 60 op een aparte elektrische lade achter het orgel.
Tijdens deze restauratie heeft de trompet het veld moeten ruimen.

Het is in 1911 geplaatst en is afkomstig uit de buurgemeente Jutrijp
waar Bakker en Timmenga uit Leeuwarden een nieuw orgel plaatste in dat jaar. Deze orgelbouwer heeft het van Gruisen orgel ook overgeplaatst in IJlst en in 1960 en 1984 een restauratie uitgevoerd.

Bron: eigen waarneming Simon den Hartigh.
Met dank voor het gastvrij ontvangst aan de koster en organist.

De dispositie:

Hoofdwerk:
Bourdon 16
Prestant 8
Holpijp 8
Octaaf 4
Roerflut 4
Nasart 3
Octaaf 2
Mixtuur 3-4 st.
Muet
Onderpositief:
Fluit doux 8 B/D
Viola di Gamba 8
Quintadeen 8 D
Prestant 4
Fluit d’Amour 4
Woudfluit 2
Pedaal:
Subbas 16 (in open opstelling op elektrische lade)

Koppelingen: Hoofdwerk – Onderpositief (schuifkoppel), Pedaal – Hoofdwerk.
Speelhulpen: Tremulant.

Vulstem Samenstelling
Mixtuur III-IV sterk (Hoofdwerk) C: 1 1/3′ – 1′ – 2/3′. c°: 2′ – 1 1/3′ – 1′. c’: 4′ – 2 2/3′ – 2′ – 1 1/3′. c”: 4′ – 2 2/3′ – 2 2/3′ – 2′.