Tienen, St. Germanuskerk

   
   

   

Foto's en tekst: Roel Sikkema

   
Het pijpwerk van dit orgel is voor het grootste deel afkomstig van Jan Dekens, die van 1671-1673 in de oude orgelkas een nieuw instrument bouwde. De laat-gotische hoofdwerkkas werd in 1493 door de schrijnwerker Reyner Cocx in opdracht van de orgelmaker Daneel Van der Distelen vervaardigd. Het is de oudste orgelkas van Vlaanderen. Het instrument werd later nog enkele malen aangepast, onder meer door Anneesens in 1870, Stevens in 1891. In 1988 brachten de orgelbouwers Draps en Potvlieghe het orgel terug naar de vermeende toestand van 1673. Tussen 2001 en 2005 werd door dezelfde orgelbouwers een vrij pedaal aangebracht. Tevens werd daarbij de intonatie van het hele orgel herzien. De dispositie:
Groot Orgel (CDE-c3)
Bourdon 16
Prestant 8
Holpijp 8
Prestant 4
Fluit 4
Superoctave 2
Schuyfflet 1
Sesquialter II
Mixtuur IV
Cimbale III
Trompet 8
Vox Humana 8
Tremulant
Nachtegael
Positief (CDE-c3)
Holpijp 8
Prestant 4
Fluit 4
Nazart 3
Octave 2
Tertie 1 3/5
Quintfluyt 1
Superoctave 1
Mixture II
Cimbale II
Chromhoorn 8
Tremulant
Pedaal (C-d1) (2005)
Bourdon 16
Prestant 8
Prestant 4
Mixtuur V
Bazuin 16
Trompet 8
Trompet 4

 
Koppelingen
GO/Pos (Schuifkoppel)
Ped/GO

Toonhoogte a=440
Stemming: Ongelijkzwevend, bijna reine tertsen op de ondertoetsen: C-E F-A G-H
Winddruk 80 mm
   
   

Home
Terug naar vorige pagina / Back to last page