Gendt, St. Martinus

   
   

   
   

   
   

 
   
De dispositie van het Vermeulen-orgel: (Alkmaar, 1952)
Hoofdwerk: (C-g3)
Prestant 16
Prestant 8
Roerfluit 8
Octaaf 4
Nachthoorn 4
Kwint 2 2/3
Octaaf 2
Terts 1 3/5
Cornet V *
Mixtuur V-VII **
Trompet 8
Zwelwerk: (C-g3) ***
Prestant 8
Bourdon 8
Gemshoorn 8
Zweving 8
Zing. Prestant 4
Blokfluit 4
Roerkwint 2 2/3
Flageolet 2
Scherp 3-4 st.
Schalmei 8
Tremolo
Pedaal: (C-f1)
Prestant 16
Subbas 16
Octaaf 8
Gedekt 8
Octaaf 4
Fluit 4
Superoctaaf 2
Speelhulpen:
I+II, P+I, P+II
P  MF  F  T
1 vrije combinatie
Generaalcrescendo
Tongwerken Af
Aut. Ped.
   
*: bestaande uit roerfluit, nachthoorn, kwint, octaaf, terts (die ook dus los inschakelbaar zijn)
**: op c1 ook 5 1/3 koor
***: zwelwerk zwelt wel, maar alleen in combinatie met al of niet in te schakelen rolzweller. (zelfde trede)
   

Home
Terug naar vorige pagina / to last page / Zurück