Kiel, City-Kirche Sankt Nikolai, Hoofdorgel

Picture: Chris Stafford © 2019

  • De firma Kleuker bouwde in 1965 een drieklaviers orgel voor de  Nikolai-Kirche in Kiel die na verwoesting in de tweede wereldoorlog herbouwd is. Het instrument kreeg windladen die van kunststof waren gemaakt, mechanische toetstractuur en een elektrische registertractuur met vier vrije combinaties. Adviseurs waren Alfred Dressel en Hans Gebhard.
  • In 1996/1997 heeft Ulrich Babel het orgel gerestaureerd, dat inmiddels zeer slecht functioneerde. Bij deze restauratie is de registertractuur vernieuwd en uitgebreid met verschillende super- en suboctaafkoppels. De toetstractuur wijzigde men in een elektrische. De Untersatz 32′ werd aangevuld in de bas, zodat deze niet meer akoestisch is. Ook splitste Babel de Prinzipalpiffaro (8′ + 4′) van het pedaal in twee aparte registers. Eddy Ottes heeft het orgel opnieuw geïntoneerd. Met Pasen 1997 werd het instrument weer in gebruik genomen.
  • Het orgel is na 1997 nog diverse malen uitgebreid. In 2003 werd een Zimbelstern geplaatst en een Chamade 8′, die vanaf ieder manuaal en het pedaal te bespelen is. Ook werd het koororgel, een orgel van Cavaillé-Coll-Mutin, afkomstig uit Tourcoing, aangesloten op de klaviatuur van het hoofdorgel. In 2006 is de windlade van het Großpedal vernieuwd en werd een Fagott 32′ geplaatst. Tenslotte is in 2009 tijdens groot onderhoud een Cornet op het Hauptwerk geplaatst.

Dispositie:

Hauptwerk: Prinzipal 8′, Gemshorn 8′, Unda Maris 8′ – 1997, Oktave 4′, Koppelflöte 4′, Oktave 2′, Sesquialtera 2 fach, Cornet – 2009, Mixtur 5 fach, Zimbel 3 fach, Trompete 8′, Chamade 8′ – 2003.
Rückpositiv: Rohrflöte 8′, Prinzipal 4′, Blockflöte 4′, Oktave 2′, Terzflöte 1 3/5′, Gemsquinte 1 1/3′, Scharff 4 fach, Krummhorn 8′, Regal 4′, Tremulant, Chamade 8′ – 2003.
Schwellwerk: Prinzipal 8′, Salicional 8′, Schwebung 8′, Holzgedackt 8′, Oktave 4′, Spitzgambe 4′, Rohrflöte 4′, Rohrnasat 2 2/3′, Hohlflöte 2′, Oktave 1′, Obertöne 3 fach, Rauschpfeife 2 fach, Mixtur 3-5 fach, Dulzian 16′, Oboe 8′, Tremulant, Chamade 8′ – 2003.
Pedal: Untersatz 32′, Prinzipal 16′, Subbaß 16′, Oktave 8′, Gedackt 8′, Oktave 4′, Flöte 4′, Nachthorn 2′, Mixtur 5 fach, Fagott 32′ – 2006, Posaune 16′, Trompete 8′, Trompete 4′, Chamade 8′ – 2003.
Overige registers: Zimbelstern – 2003.
Koppelingen: Hauptwerk – Rückpositiv, Super Hauptwerk – Rückpositiv, Sub Hauptwerk – Rückpositiv, Hauptwerk – Schwellwerk, Super Hauptwerk – Schwellwerk, Sub Hauptwerk – Schwellwerk, Sub Hauptwerk, Hauptwerk 8′ Ab, Rückpositiv – Schwellwerk, Sub Rückpositiv, Rückpositiv 8′ Ab, Super Schwellwerk, Sub Schwellwerk, Schwellwerk 8′ Ab, Pedal – Hauptwerk, Pedal – Rückpositiv, Pedal – Schwellwerk, Super Pedal – Schwellwerk, Sub Hauptwerk – Pedal.

Manuaalomvang: C – g3
Pedaalomvang: C – f1