Konstanz, Sankt Stephankirche

Foto’s: Bert Wisgerhof © 2008

  • In 1817 begon Gottfried Maucher met de bouw van een nieuw hoofdorgel voor de Sankt Stephankirche in Konstanz. Bij de bouw gebruikte hij onderdelen van de oude orgels van de Sankt Stephanskirche en de Sankt Johannkirche in de stad. De orgelkas is afkomstig van het klooster Salem, waar Karl-Joseph Riepp in 1771-1774 een nieuw Tabernakel-orgel bouwde. Het binnenwerk van dit orgel was al verdwenen. In 1858 is het orgel van Maucher afgebroken. In de oude kassen plaatste Konrad Albiez een geheel nieuw orgel met 34 stemmen, drie manualen en een vrij pedaal.
  • In 1922 werd dit orgel nog gewijzigd: de Nasard 2 2/3′ werd vervangen door een Aeoline en de Terz 1 3/5′ door een Vox Coelestis. In 1937 echter volgde de bouw van een nieuw orgel in de oude kassen door Xaver Mönch. Hij maakte een veel groter instrument, dat 60 stemmen had, electro-pneumatische tractuur en kegelladen. Bij de bouw werd een deel van het pijpwerk van Albiez opnieuw gebruikt. Beide orgelkassen werden nu verbonden door een middendeel, dat in de stijl van de oude kassen werd gemaakt door de gebroeders Mezger.
  • In 1991 besloot men ter gelegenheid van de restauratie van het kerkgebouw ook het orgel te laten vernieuwen. De firma Georges Heintz heeft een vierklaviers orgel met 58 stemmen gebouwd. Het nog aanwezige Albiez-pijpwerk werd hergebruikt, evenals de Subbaß van Mönch. Het middenfront uit 1937 is ook gehandhaafd, maar het werd veel hoger geplaatst. Op 4 mei 1997 werd het Heintz-orgel in gebruik genomen waarbij Konrad Philipp Schuba het instrument bespeelde.

Dispositie:

Hauptwerk:
Principal 16′ – deels 1858,
Principal 8′,
Coppelflöte 8′ – deels 1858,
Gamba 8′ – deels 1858,
Octave 4′ – 1858,
Gemshorn 4′,
Terz 3 1/5′,
Quinte 2 2/3′,
Superoctav 2′ – deels 1858,
Cornett 5 fach (8′) (vanaf g°) – deels 1858,
Mixtur 4 fach (2′),
Cymbale 4 fach (1′),
Trompete 16′,
Trompete 8′.

Oberwerk:
Bourdon 16′,
Suavial 8′,
Gedeckt 8′,
Voce Umana 8′ (vanaf c°),
Principal 4′,
Rohrflöte 4′ – 1858,
Quinte 2 2/3′,
Flageolett 2′,
Sifflet 1′,
Scharf 4 fach (1 1/3′),
Trompete 8′,
Cromorne 8′,
Tremulant.

Schwellwerk:
Bourdon 16′ – deels 1858,
Montre 8′ – deels 1858,
Flûte Harmonique 8′,
Salicional 8′ – deels 1858,
Voix Céleste 8′ (vanaf c°) – deels 1858,
Principal 4′,
Flûte Octaviante 4′,
Fugara 4′ – 1858,
Nazard Harmonique 2 2/3′,
Octavin 2′,
Tierce Harmonique 1 3/5′,
Plein Jeu 5 fach (2′),
Basson 16′,
Trompette Harmonique 8′,
Basson-Hautbois 8′,
Clairon Harmonique 4′,
Tremulant.

Positiv:
Bourdon 8′,
Metallgedackt 4′,
Waldflöte 2′ – 1858,
Larigot 1 1/3′,
Sesquialter 2 fach (2 2/3′),
Vox Humana 8′,
Tremulant.

Pedal:
Grand Bourdon 32′,
Principalbaß 16′
Subbaß 16′ – 1937
Octavbaß 8′
Gemshorn 8′
Piffaro 4′ + 2′
Mixtur 5 fach (4′)
Bombarde 16′
Trompete 8′
Clairon 4′

Koppelingen:
Hauptwerk – Oberwerk
Hauptwerk – Schwellwerk
Oberwerk – Schwellwerk
Pedal – Hauptwerk
Pedal – Oberwerk
Pedal – Schwellwerk

Speelhulpen:
Principale an/ab
Mixturen an/ab
Zungen an/ab