Leersum, Sint Andrieskerk

Foto’s: Wim Verburg – 2000/2006

De klank van het orgel kunt u hieronder beluisteren:
De registers van het orgel
WV speelt muziek van Pachelbel, Zipoli en Kindermann
WV speelt muziek van barokmeesters en Rheinberger
WV speelt een Canzonetta en fuga van D. Buxtehude

In 1980 werd er een pijporgel geplaatst. Het orgel in de Andriesparochie te Leersum kent een bewogen geschiedenis: er zit ouder pijpwerk in en de dispositie is met de laatste grote opknapbeurt ook weer gewijzigd: een kort overzicht.
In 1952 plaatste Pels een orgel voor de St. Martinuskerk in Schiedam. Het orgel stond in open opstelling, men kon alle pijpen zien. Het was een unitorgel, wat betekent dat verschillende registers met elkaar verbonden waren. Het bestond uit twee stamregisters: een prestant en een fluit. Het orgel telde één klavier en een aangehangen pedaal.
In 1969 plaatste Pels & Van Leeuwen (deze 2 firma’s waren inmiddels gefuseerd) het orgel over naar Leersum, de St. Andrieskerk.
In 1978 funktioneerde het orgel zo slecht, dat men besloot een nieuw éénklaviersorgel te laten bouwen.
In 1980 zette firma Hazen (uit Bergen op Zoom) een nieuw orgel neer met gebruikmaking van enig ouder pijpwerk (uit het vorige orgel) De Fluit 4 en 12 pijpen van de Gedekt 8 zijn van 1952. 
Vroeger stond het orgel aan de noordzijde, waardoor de organist in de spiegel moest kijken om de voorganger en het altaar te zien. Toen had het de volgende dispositie:

Manuaal (C-d3)
Gedekt 8
Prestant 4
Fluit 4
Octaaf 2
Mixture 2 sterk
Calcant

Pedaal (C-d1)
Subbas 16

De subbas 16 was als volgt samengesteld: c0-d1 transmissie van de gedekt, en C-H was samengesteld uit 8’+5 1/3′, eveneens een transmissie van de gedekt 8. U kunt het zich misschien wel voorstellen wat voor een ingewikkelde mechaniek deze constructie nodig had!
In de loop van de tijd traden toch wel wat storingen op, en het werd tijd voor een grote opknapbeurt. Bij deze gelegenheid werd het orgel naar de oostwand verplaatst, en de dispositie veranderd: de subbas 16, die toch alleen maar een transmissie was, werd verwijderd. Zo kwam er plaats voor een tremulant. De mixtuur werd vervangen door een gamba 8. (C-H gecombineerd met de holpijp) Hans Kriek voerde de opknapbeurt uit, samen met Herman Meijer. Intonateur Gert van Buuren intoneerde vervolgens het orgel volledig. Sindsdien kent het orgel de volgende dispositie:
Manuaal: (C-d3)
Gedekt 8
Gamba 8
Prestant 4
Fluit 4
Octaaf 2
Tremulant
Calcant
Pedaal: (C-d1)
Aangehangen