Limburg an der Lahn, Domkirche Sankt Georg und Sankt Nikolaus

Foto: Ansichtkaart

  • In 1978 bouwde Klais een nieuw sleepladen-orgel met mechanische toetstractuur en elektrische registertractuur voor de Dom van Limburg an der Lahn (Hessen). Het orgel heeft een speeltafel die in de stijl van Cavaillé-Coll gebouwd is. Van het oude orgel, een Klais-instrument uit 1912, zijn enkele registers opnieuw gebruikt. Het front is een ontwerp van Josef Schäfer. Adviseurs bij de bouw waren Hans Bernhard, Michael Schneider en Friedrich Troost.
  • Het vorige orgel is naar de Sankt Pankratiuskirche in Oberhausen-Osterfeld verkocht.

Hauptwerk: C – g3 Praestant 16′, Principal 8′, Wienerflöte 8′, Spitzgamba 8′, Bifaria 8′ (vanaf d) – zwevend gestemd, Octave 4′, Hohlflöte 4′, Quinte 2 2/3′, Superoctave 2′, Cornet 5 fach (vanaf fis), Mixtur 5 fach (2′), Cymbel 3 fach (1/3′), Trompete 8′.
Oberwerk: C – g3 Praestant 8′, Holzgedackt 8′, Quintade 8′, Principal 4′, Rohrflöte 4′, Octave 2′, Larigot 1 1/3′, Sesquialter 2 fach, Scharff 4 fach (1′), Cor Anglais 16′, Cromorne 8′, Tremulant.
Schwellwerk: C – g3 Rohrbordun 16′, Holzprincipal 8′, Trichtergedackt 8′, Salicional 8′, Vox Coelestis 8′ (vanaf c°), Octavflöte 4′, Viola 4′, Waldflöte 2′, Fourniture 5 fach (2 2/3′), Basson 16′, Trompette 8′, Hautbois 8′, Clairon Harmonique 4′, Tremulant.
Positiv: C – g3 Rohrflöte 8′, Praestant 4′, Blockflöte 4′, Nasard 2 2/3′, Principal 2′, Flageolett 2′, Terz 1 3/5′, Sifflet 1′, Acuta 3 fach (1/2′), Bärpfeife 8′, Tremulant, Glockenspiel.
Pedal: C – f1 Untersatz 32′, Principal 16′, Subbaß 16′, Octave 8′, Spielflöte 8′, Quinte 5 1/3′, Superoctave 4′, Trichterflöte 4′, Rohrgedackt 2′, Hintersatz 5 fach (4′), Posaune 16′, Holztrompete 8′, Schalmey 4′.
Koppelingen: Hauptwerk – Oberwerk, Hauptwerk – Schwellwerk, Hauptwerk – Positiv, Oberwerk – Schwellwerk, Oberwerk – Positiv, Positiv – Schwellwerk, Pedal – Hauptwerk, Pedal – Oberwerk, Pedal – Schwellwerk, Pedal – Positiv.
Speelhulpen: 8 elektrische Setzerkombinationen (waarvan 4 gedeeld), Walze.