Livadia (Ливадия), Organ Hall (Органный зал “Ливадия”)

Foto’s: Bert Wisgerhof © 2010

  • In 1910-1911 werd, tegelijk met het nabijgelegen Livadia Paleis, een elektriciteitscentrale gebouwd in Livadia, die in de erop volgende jaren het dorp van stroom voorzag. In de twintiger jaren werden de machines uit het gebouw verwijderd. Daarna diende het gebouw achtereenvolgens als restaurant, nachtclub, opvang voor Duitse krijgsgevangenen, opslagplaats en werkplaats. Aan het einde van de jaren tachtig was het gebouw zeer bouwvallig. Vanaf 1991 werd het gerestaureerd en er werden bovendien nieuwe, decoratieve elementen toegevoegd, die het uiterlijk van het gebouw verfraaiden. Daarnaast werden om het gebouw duizenden tonnen aarde afgegraven, steunmuren gebouwd en metalen hekken geplaatst. Aan de noordzijde werd een speciale ruimte voor de plaatsing van het orgel gebouwd. Het nieuwe interieur bevat fraai stucwerk, dat uit tienduizenden elementen bestaat, meer dan honderd vierkante meter gekleurd glas-in-lood, pilasters, kapitelen, enzovoorts.
    In de jaren 1995-1998 bouwde Vladimir Anatolievitsj Chromsjenko uit Livadia een nieuw sleepladen-orgel met mechanische toetstractuur en elektrische registertractuur in de zaal. Hij is directeur en artistiek leider van het Centrum voor Orgelmuziek “Livadia”, organist en orgelbouwer, gediplomeerd aan het conservatorium van Tallinn, leerling van de bekende organist Hugo Lepnurm.
  • In de concertzaal organiseert het Centrum voor orgelmuziek sinds 1999 jaarlijks het nu reeds traditionele orgelfestival “Lividia Fest”, waaraan bekende organisten uit veel landen deelnemen. In het kader van dit festival wordt jaarlijks ook een meesterklas voor jonge Oekraïense en buitenlandse organisten gehouden. Behalve concerten van bekende organisten biedt het Centrum voor Orgelmuziek haar publiek ook concerten met koren, kamerorkesten en met vocale en instrumentale solisten. Er zijn dagelijks twee of drie orgelbespelingen in de concertzaal.

Dispositie:

Hauptwerk: C -g3 Rohrpommer 16′, Praestant 8′, Rohrflöte 8′, Gemshorn 8′, Oktave 4′, Spitzflöte 4′, Quinte 2 2/3′, Oktave 2′, Hohlflöte 2′, Cornett 5 fach (8′) (vanaf g°), Mixtur 4 fach (2′), Zimbel 3 fach (2/3′), Fagott 16′, Trompete 8′ – horizontaal.
Rückpositiv: C -g3 Gedackt 8′, Quintadena 8′, Salizional 8′, Prinzipal 4′, Rohrflöte 4′, Oktave 2′, Waldflöte 2′, Quinte 1 1/3′, Oktave 1′, Sesquialtera 2 fach (2 2/3′), Scharff 4 fach (1′), Rankett 16′, Krummhorn 8′, Tremulant.
Schwellwerk: C -g3 Bordun 16′, Prinzipal 8′, Koppelflöte 8′, Viola di Gamba 8′, Oktave 4′, Flûte Douce 4′, Nasat 2 2/3′, Oktave 2′, Terz 1 3/5′, Mixtur 5 fach (1 1/3′), Trompette 8′, Oboe 8′, Clairon Harmonique 4′, Tremulant.
Fernwerk: C -g3 Zartgedackt 16′, Holzprinzipal 8′, Lieblich Gedackt 8′, Viola d’Amore 8′, Vox Angelica 8′ (vanaf c°), Oktave 4′, Gedacktflöte 4′, Fernflöte 2′, Flageolett 1′, Echomixtur 4 fach (1 1/3′), Dulzian 16′, Vox Humana 8′, Tremulant.
Pedal: C-f1 Prinzipalbaß 16′, Subbaß 16′, Rohrpommer 16′ – transmissie, Bordun 16′ – transmissie, Zartgedackt 16′ – transmissie, Gedecktquinte 10 2/3′, Oktavbaß 8′, Baßflöte 8′, Violonbaß 8′, Choralbaß 4′, Nachthorn 4′, Zink 3 fach (5 1/3′), Hintersatz 5 fach (2 2/3′), Posaune 16′, Dulzian – transmissie, Trompete 8′, Kopftrompete 4′.
Couplers: Hauptwerk – Rückpositiv, Hauptwerk – Schwellwerk, Hauptwerk – Fernwerk, Rückpositiv – Schwellwerk, Rückpositiv – Fernwerk, Schwellwerk – Fernwerk, Pedal – Hauptwerk, Pedal – Rückpositiv, Pedal – Schwellwerk, Pedal – Fernwerk, Generalkoppel.
Accessories: 256 Setzer-Kombinationen, Sequenzer, 4 feste Kombinationen, Walze, Zungen Ab, Manual 16′ Ab, Mixturen Ab, Koppeln Ab.