London (Fulham), Church of Saint Thomas of Canterbury

Foto’s: John Salmon © 2017

N.P. Mander bouwde in 1969 een nieuw elektro-pneumatisch kegelladen-orgel met vrijstaande speeltafel die voorzien is van een radiaal-concaaf pedaalklavier. De houten pijpen zijn gedecoreerd. De stemmingstemperatuur is evenredig zwevend en de toonhoogte is c = 528 Hz. De pedaalregisters zijn als unit gebouwd. De letter A verwijst naar het stamregister.

Dispositie:

Great: C – f3 Open Diapason 8′, Dulciana 8′, Stopt Diapason 8′, Principal 4′, Nason Flute 4′, Fifteenth 2′, Mixture II, Trumpet 8′.
Choir: C – f3 Stopt Diapason 8′, Gemshorn 4′, Twelfth 2 2/3′, Fifteenth 2′ (Klank lijkt op een Flute), Mixture III, Cromorne 8′ (klank lijkt op een Clarinet).
Pedal: C – f1 Bourdon 16′ A, Flute 8′ A, Flute 4′ A.
Couplers: Choir to Great, Choir to Pedal, Great to Pedal.