London (Marylebone), Church of Saint Marylebone

Foto: John Salmon © 2016

In 1987 bouwde de firma Rieger Orgelbau een nieuw vierklaviers sleepladen-orgel met mechanische toetstractuur en elektrische registertractuur voor de kerk van Saint Marylebone in Londen. Het staat opgesteld in 3 orgelkassen. Het orgel is gedeeltelijk gefinancierd door the Royal Academy of Music, die hiermee het recht hebben om het orgel voor vijftig jaar te gebruiken voor orgellessen. Bij de bouw waren Catherine Ennis en Geraint Jones als adviseur betrokken. De toonhoogte is a’ = 440 Hz. De stemmingstemperatuur is evenredig zwevend en de winddruk is 45 mm voor het Positif, 55 mm voor Hauptwerk en Solo, 60 mm voor het Schwellwerk en 65 mm voor het Pedal.

Dispositie:

Hauptwerk: C – c4 Quintatön 16′, Principal 8′, Gedackt 8′, Octav 4′, Flöte 4′, Superoctav 2′, Blockflöte 2′, Mixtur 6-8 fach (2′), Cymbale 4 fach (2/3′), Fagott 16′, Trompete 8′.
Positif: C – c4 Gedackt 8′, Principal 4′, Rohrflöte 4′, Nazard 2 2/3′, Octav 2′, Waldflöte 2′, Tierce 1 3/5′, Larigot 1 1/3′, Scharff 4 fach (1′), Cymbale 3 fach (1/3′), Cromorne 8′, Tremulant.
Schwellwerk: C – c4 Bourdon 16′, Montre 8′, Flûte 8′, Viola 8′, Céleste 8′, Prestant 4′, Flûte 4′, Nazard 2 2/3′, Doublette 2′, Tierce 1 3/5′, Sifflet 1′, Mixtur 6 fach (1 1/3′), Bombarde 16′, Trompette Harmonique 8′, Hautbois 8′, Voix Humaine 8′, Clairon 4′, Tremulant.
Solo: C – c4 Cornet 5 fach, Trompette 8′, Clairon 4′.
Pedal: C – g1 Principal 16′, Subbass 16′, Principal 8′, Flöte 8′, Octav 4′, Flöte 4′, Mixtur 6 fach (2 2/3′), Posaune 16′, Trompete 8′, Cornett 4′.
Koppelingen: Hauptwerk – Positif, Hauptwerk – Schwellwerk, Hauptwerk – Solo, Pedal – Hauptwerk, Pedal – Positif, Pedal – Schwellwerk, Pedal – Solo.
Speelhulpen: Zimbelstern, Crescendo-pedal.