Lübeck, Sankt Marienkirche, Oude Hoofdorgel

Bron foto: Ansichtkaart

Helaas gingen door bombardementen op Lübeck in maart 1942 de oude orgels van de Marienkirche verloren. Hieronder ook het hoofdorgel, een instrument dat in 1518 door Bartold Hering was gebouwd en in de eeuwen daarna verscheidene malen gerestaureerd en verbouwd werd. Dit was het orgel waar Dietrich Buxtehude veertig jaar organist van was. De laatste grote ombouw heeft plaatsgevonden in de jaren 1851-1853 door Johann Friedrich Schulze. Na deze uitbreiding had het orgel 81 stemmen, verdeeld over vier manualen en pedaal. De vermelde dispositie is uit de tijd van Buxtehude, rond 1700.

Dispositie:

Hauptwerk: Prinzipal 16′, Quintadena 16′, Octave 8′, Spitzflöte 8′, Octave 4′, Rohrflöte 4′, Nasat 2 2/3′, Rauschpfeife 4 fach, Mixtur 10-15 fach, Scharf 4 fach, Trompete 16′, Trompete 8′, Zink 8′.
Brustwerk: Prinzipal 8′, Gedackt 8′, Octave 4′, Rohrflöte 4′, Schweizerpfeife 2′, Nachthorn 2′, Sifflöte 1 1/3′, Zimbel 3 fach, Mixtur 8 fach, Sexquialter 2 fach, Krummhorn 8′, Regal 8′.
Unterwerk: Bordun 16′, Prinzipal 8′, Rohrflöte 8′, Quintadena 8′, Bärpfeife 8′, Octave 4′, Spillflöte 2′, Sexquialter 2 fach, Mixtur 5 fach, Scharf 4-5 fach, Dulzian 16′, Trichterregal 8′, Vox Humana 8′.
Pedal: Prinzipal 32′, Octave 16′, Subbass 16′, Octave 8′, Gedackt 8′, Octave 4′, Nachthorn 2′, Bauernflöte 2′, Mixtur 6 fach, Posaune 32′, Posaune 16′, Dulzian 16′, Trompete 8′, Krummhorn 8′, Kornett 2′.
Other stops: Cymbelstern, 2 trommels.
Accessories: 2 tremulanten.