Lübeck, Sankt Petrikirche (Oude Orgel)

Foto: Onbekend

Het orgel van de Sankt Petrikirche te Lübeck was oorspronkelijk gebouwd door Johannes Gottschalk, Gottschalk Burkart Johanson in 1587-1591. Het is later vergroot en verbouwd. In 1888 bouwde de firma Walcker een grotendeels nieuw orgel in de historische orgelkassen. Het oude orgel werd gedemonteerd na een laatste dienst op 27 mei 1888. Bij de bouw van het nieuwe instrument werd het historische pijpwerk slechts gedeeltelijk hergebruikt. Het Walcker-orgel is op 6 december 1888 gekeurd, onder andere door Ernst Meyer, organist van de kerk. Het stond opgesteld achter het oude front. De windladen waren kegelladen. De tractuur was mechanisch, maar het eerste manuaal had een pneumatische toetstractuur. Het derde manuaal stond opgesteld in een nis in de toren, achter zweljaloezieën. Helaas is het instrument in 1942 verwoest.

Dispositie:

Hauptwerk: Borduna 24′, Principal 16′, Groß Octava 8′, Gedact 8′, Spillpipe 8′, Klein Octava 4′, Klein Spillpipe 4′, Superoctava 2′, Mixtura, Scharffzimbel, Rauschquint, Feldtrommeten 16′, Dulcian 16′.
Rückpositiv: Principal 8′, Quintadena 8′, Gedact 8′, Octava 4′, Querpipe 4′, Superoctava 2′, Feldpipe 2′, Gemshorn 2′, Blockflöit, Mixtur, Zimbel, Trommeten 8′, Baerpipen 8′, Krumbhörner 8′ of 4′.
Brustwerk: Gedact 8′, Klein Quintadehna 4′, Offenflöite 4′, Sedecima, Sifelitt, Scharf Regal, Harffen Ragel, Geigen Regal.
Pedal: Principalbaß 32′, Gedactbaß 16′, Blockflöitenbaß 16′, Decembaß 10 2/3′, Superoctavenbaß 8′, Mixturbaß 8′, Dusanbaß 16′, Passunenbaß 16′, Schalmeyenbaß 8′, Cornettbaß 8′.