Ludwigsburg, Katholische Pfarrkirche der Heiligen Dreieinigkeit

Foto: Ansichtkaart

In 1973 bouwde de firma E. F. Walcker & Cie een nieuw drieklaviers orgel voor de Dreinigkeitskirche in Ludwigsburg (Baden-Württemberg). Het orgel is gebouwd met mechanische tractuur en sleepladen. De registertractuur was electro-pneumatisch. In 2006 is men begonnen met een ingrijpende vernieuwing van het kerkinterieur. Het orgel werd daarom gedemonteerd en opgeslagen. De firma Lenter voerde deze werkzaamheden uit. Daarna is het orgel geheel gerestaureerd en weer opgebouwd op een nieuwe galerij. De registertractuur werd nu elektrisch aangelegd. Verder zijn nieuwe zweljaloezieën geplaatst en het koperen en messing pijpwerk is vervangen. Tenslotte heeft Lenter de tongwerken vernieuwd. Op 16 september 2007 is het orgel weer in gebruik genomen.

Dispositie:

Hauptwerk: Pommer 16′, Principal 8′, Gamba 8′, Gedackt 8′, Octave 4′, Quinte 2 2/3′, Octave 2′, Cornett 4 fach (vanaf g°), Großmixtur 4-5 fach, Trompete 8′, Tremulant.
Rückpositiv: Holzgedackt 8′, Rohrflöte 4′, Superoktave 2′, Quinte 1 1/3′, Scharff 4 fach, Dulcian 8′, Tremulant.
Schwellwerk: Hohlflöte 8′, Viola 8′, Schwebung 8′ (vanaf c°), Principal 4′, Flöte 4′, Nasat 2 2/3′, Nachthorn 2′, Terz 1 3/5′, Mixtur 2-4 fach, Oboe 8′, Vox Humana 8′, Trompete 8′.
Pedal: Prinzipalbass 16′, Subbass 16′, Oktavbass 8′, Flötbass 8′, Choralbass 4′, Rauschbass 3 fach (4′), Posaune 16′, Trompete 8′.
Koppelingen: Hauptwerk – Rückpositiv, Hauptwerk – Schwellwerk, Rückpositiv – Schwellwerk, Pedal – Hauptwerk, Pedal – Rückpositiv, Pedal – Schwellwerk, Suboktavkoppel Hauptwerk – Schwellwerk, Suboktavkoppel Rückpositiv – Schwellwerk, Suboktavkoppel Schwellwerk – Schwellwerk.
Speelhulpen: Zimbelstern, Tutti, Zungen Ab.